Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:9383

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
200.307.690
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:678 BWArt. 198 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof benoemt deskundige voor onderzoek naar video-opname bij ontslag op staande voet

In deze civiele zaak tussen een werknemer en De Jong Zuurmond Infrabeheer Instandhouding & Services BV staat de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet centraal. Het hof heeft partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de benoeming van een deskundige die de kwaliteit van een video-opname moet beoordelen, die als bewijs voor de gestelde diefstal dient.

Partijen zijn het eens geworden over de benoeming van een specifieke deskundige, verbonden aan het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, die het hof geschikt acht om een deskundigenbericht op te stellen. Het hof wijst het verzoek af om een instantie als deskundige te benoemen en kiest voor een natuurlijk persoon met een contactpersoon bij het NFO.

De kosten van het deskundigenonderzoek worden geraamd op €4.000,- inclusief btw, welk bedrag door de verweerster DJZ dient te worden voldaan. De deskundige krijgt een gedetailleerde vraagstelling mee, gericht op het vaststellen van kenmerken van de fles die op de video te zien is, met een beoordeling van de mate van zekerheid.

Het rapport moet voor 8 mei 2023 worden ingediend bij de griffie van het hof. Het onderzoek zal onder leiding van raadsheer-commissaris Van Bavel plaatsvinden, waarbij de deskundige partijen in de gelegenheid stelt om op het conceptrapport te reageren. Deze tussenbeschikking is in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2023.

Uitkomst: Het hof benoemt een deskundige om de video-opname te onderzoeken en bepaalt dat de verweerster het voorschot van €4.000,- betaalt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.307.690
(zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Arnhem 9013857 \ HA VERZ 21-15)
beschikking van 8 februari 2023
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in (het principaal) hoger beroep,
verweerder in (het voorwaardelijk incidenteel) hoger beroep,
in eerste aanleg: verzoeker,
hierna: [de werknemer] ,
advocaat: mr. M.K. Struwe,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De Jong Zuurmond Infrabeheer, Onderhoud & Services BV
gevestigd te Beesd,
verweerster in (het principaal) hoger beroep,
verzoekster in (het voorwaardelijk incidenteel) hoger beroep,
in eerste aanleg: verweerster,
hierna: DJZ
advocaat: mr. H.G. Bouwman.

1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de tussenbeschikking van 5 september 2022, hierna aangeduid met ‘de tussenbeschikking’. Vervolgens hebben beide partijen een akte met producties genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In de tussenbeschikking heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van het hof (een) deskundige(n) te benoemen, de persoon van de deskundige(n), de vraagstelling en de hoogte van het voorschot. Van die mogelijkheid hebben partijen gebruik gemaakt.
persoon van de deskundige
2.2.
Partijen zijn het erover eens dat de heer [de deskundige] tot deskundige dient te worden benoemd. Het hof acht de heer [de deskundige] inderdaad geschikt het hof te informeren over de voorliggende kwestie en zal overgaan tot diens benoeming tot deskundige nu uit de overgelegde stukken blijkt dat de heer [de deskundige] vrij lijkt te staan en bereid is de opdracht aan te nemen. Het hof ziet vooralsnog geen aanleiding naast de heer [de deskundige] nog een tweede deskundige te benoemen. Met zijn expertise acht het hof hem in staat de vragen te beantwoorden en een goed en bruikbaar deskundigenbericht af te leveren.
2.3.
Voor zover partijen hebben bedoeld het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau BV aan de [adres] als deskundige te benoemen, dan gaat het hof daarin niet mee, omdat het bij voorkeur een natuurlijk persoon en geen instantie of bedrijf als deskundige benoemt. Om toch enigszins aan het verzoek van partijen tegemoet te komen, zal het hof het adres van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau BV (hierna ook aan te duiden als: NFO) te Rijssen als het adres van de heer [de deskundige] en mevrouw [naam1] van NFO, met wie contact is geweest, als contactpersoon opnemen.
voorschot
2.4.
Uit de aktes blijkt dat partijen bij het NFO informatie hebben ingewonnen over een raming van de kosten van een op te stellen deskundigenbericht. NFO heeft aanvankelijk een kostenraming gegeven van een bedrag van € 2.500,- exclusief btw. De deskundige heeft op vragen van het hof inmiddels aangegeven dat uit moet worden gegaan van afgerond € 4.000,- inclusief btw. Partijen hebben hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld geen bezwaren geuit over de hoogte van het bedrag. Het hof zal dit bedrag als voorschot bepalen en tevens bepalen dat DJZ, als de meest gerede partij, het voorschot dient te betalen.
vraagstelling
2.5.
Met inachtneming van de van de kant van DJZ gemaakte opmerkingen over de door het hof in de tussenbeschikking geformuleerde vraagstelling en de akkoordbevinding met de voorgestelde vragen van de kant van [de werknemer] , zal het hof de vraag onder het eerste gedachtestreepje schrappen en de vraag onder het vijfde gedachtestreepje als aparte vraag laten vervallen en de daarin opgenomen vraag toevoegen aan de vragen onder het tweede, derde en vierde gedachtestreepje.

3.De beslissing

Het hof:
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige met betrekking tot de volgende vragen:
Is het mogelijk de lengte van de fles die de persoon op de video draagt vast te stellen en zo ja, wat is die lengte? Met welke mate van zekerheid kan dit worden aangenomen?
Is het mogelijk andere uiterlijke kenmerken van de fles vast te stellen en zo ja welke? Met welke mate van zekerheid kan dit worden aangenomen?
Is het mogelijk vast te stellen of de persoon op de video één van de twee flessen draagt, die zijn getoond en gefotografeerd tijdens het getuigenverhoor ten overstaan van de kantonrechter [1] en zo ja welke? Met welke mate van zekerheid kan dit worden aangenomen?
4. Wat vindt u relevant om nog op te merken?
3.2.
benoemt tot deskundige:
De heer [de deskundige]
p/a Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau
[adres]
contactpersoon mevrouw [naam1] ( [naam1] @nfob.nl).
3.3.
bepaalt dat het onderzoek door de deskundige zal worden verricht onder leiding van het tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof, mr. M.P.C.J. van Bavel, tot wie de deskundige zich – door tussenkomst van de griffie – met vragen en opmerkingen kan wenden;
3.4.
bepaalt het voorschot van de kosten van de deskundige op € 4.000,- (inclusief btw);
3.5.
bepaalt dat DJZ het voorschot dient te betalen, conform de nota met betaalinstructies die zij zal ontvangen van het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
3.6.
bepaalt dat dit voorschot (in beginsel) binnen vier weken na dagtekening van de nota van het Landelijk Dienstencentrum moet zijn voldaan;
3.7.
bepaalt dat de deskundige niet met het onderzoek zal aanvangen voordat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald;
3.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier indien hem tijdens de uitvoering van zijn onderzoek blijkt dat het voorschot niet toereikend zal zijn;
3.9.
bepaalt dat DJZ aan de deskundige het volledige procesdossier ter inzage zal geven en beveelt partijen om aan de deskundige alle door deze gewenste inlichtingen te verstrekken;
3.10.
bepaalt dat de deskundige voor het begin van het onderzoek de Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl en te verkrijgen bij de griffie) dient te hebben gelezen en daarmee rekening dient te houden bij zijn onderzoek en in zijn rapportage;
3.11.
bepaalt dat de deskundige op de voet van het bepaalde in artikel 198 Rv Pro bij zijn onderzoek partijen (via hun advocaten) in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat hij daarvan in zijn rapport melding dient te maken waarbij van de inhoud van de gemaakte opmerkingen en gedane verzoeken moet blijken;
3.12.
draagt aan de deskundige op om met betrekking tot de hierboven genoemde vragen een schriftelijk rapport op te stellen;
3.13.
wijst de deskundige erop dat uit het rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;
3.14.
bepaalt dat de deskundige een concept-deskundigenbericht aan partijen zal toesturen en partijen in de gelegenheid zal stellen op dat concept te reageren alvorens een definitief bericht uit te brengen. In het definitieve deskundigenbericht zal de deskundige de reacties van partijen op het concept bespreken;
3.15.
bepaalt dat de deskundige het door hem uit te brengen (definitieve) rapport (ondertekend en met redenen omkleed) ter griffie van dit hof, voor de behandeling van deze zaak gevestigd te Arnhem, (postbus 9030, 6800 EM Arnhem) zal indienen vóór
8 mei 2023;
3.16.
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal verzenden.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.P.C.J. van Bavel, M.F.J.N. van Osch en H.M.J. van den Hurk en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2023.

Voetnoten

1.Zie de foto’s gehecht aan het proces-verbaal van enquête aan de kant van gedaagde van 5 oktober 2021.