Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
Kamerstukken II1970/71, 10 213, 9, p. 2).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd sinds 2003 en hebben een zoon. De vrouw is terminaal ziek en wenst te scheiden voordat zij overlijdt, terwijl de man dit weigert en twijfelt aan haar wilsbekwaamheid. De rechtbank oordeelde dat de vrouw wilsbekwaam is en dat het huwelijk duurzaam ontwricht is, waarna zij de echtscheiding uitsprak.
De man stelde hoger beroep in en verzocht onder meer om een deskundigenonderzoek naar de wilsbekwaamheid van de vrouw en betwistte de duurzame ontwrichting. De vrouw voerde verweer en verzocht het hof de beschikking te bekrachtigen en de man te veroordelen tot medewerking aan de inschrijving van de echtscheiding.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de vrouw wilsbekwaam is, ook al vond het onderzoek via video-consult plaats. De man bracht geen overtuigend bewijs tegen de wilsbekwaamheid. Verder is het huwelijk duurzaam ontwricht nu de vrouw niet meer met de man wil samenleven. Het hof verklaarde zich onbevoegd om het verzoek van de vrouw tot vervanging van de handtekening van de man te behandelen.
De echtscheiding kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat deze pas onherroepelijk wordt bij inschrijving in de registers van de burgerlijke stand. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en compenseerde de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek tot vervanging van de handtekening van de man.