Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellante1] ,
2. [appellante2] ,
3. [appellant3] ,
4. [appellante4] ,
5. [appellant5] ,
[appellanten],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Wat is de stand van zaken?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vorderden appellanten betaling van diverse bedragen van geïntimeerde, met betrekking tot leningen. De rechtbank Overijssel wees op 7 november 2018 een vonnis waarin de vorderingen deels werden toegewezen en deels afgewezen. In hoger beroep stond de bewijslevering centraal, waarbij geïntimeerde de bewijslast droeg voor reeds verrichte betalingen.
Na een tussenarrest van 22 maart 2022 waarin reeds enkele bedragen en renteverplichtingen waren vastgesteld, heeft geïntimeerde in oktober 2023 afgezien van bewijslevering. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat zij betalingen had verricht, wat leidde tot toewijzing van de hoofdsommen en rente aan appellanten.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de veroordelingen tegen geïntimeerde betrof en veroordeelde haar hoofdelijk tot betaling van €125.000 vermeerderd met overeengekomen rente en €11.250 vermeerderd met wettelijke rente aan respectievelijk appellante1 en aan appellante1, appellante2 en appellant3 elk. Tevens werden kostenveroordelingen uitgesproken en werd het incidenteel hoger beroep deels toegewezen. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad gesteld.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsommen en rente aan appellanten wegens niet geleverd bewijs van betalingen.