De verdachte heeft zijn partner op 14 juni 2022 in hun gezamenlijke woning gewurgd, waarna het slachtoffer op 17 juni 2022 overleed. De rechtbank veroordeelde verdachte tot vijf jaar gevangenisstraf en TBS met voorwaarden wegens doodslag. De officier van justitie ging in hoger beroep en eiste tien jaar gevangenisstraf met een gedragsbeïnvloedende maatregel.
Het hof bevestigt de bewezenverklaring van doodslag, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft straf en maatregel. Het legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar op en de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z Sr. Het hof weegt mee dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en cannabisonttrekkingssyndroom, die het delict mede beïnvloedden, en acht behandeling noodzakelijk.
De nabestaanden spraken hun verdriet uit maar toonden ook compassie en steunden de combinatie van gevangenisstraf met behandeling. Het hof acht de gedragsbeïnvloedende maatregel een passend kader voor behandeling na detentie, waarbij naleving kan worden afgedwongen. Verdachte toonde motivatie voor behandeling, mede vanwege zijn zoon. Het hof acht tien jaar gevangenisstraf te zwaar en acht acht jaar passend gezien de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden.