ECLI:NL:GHARL:2024:1400

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 februari 2024
Publicatiedatum
26 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.331.853
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 4:84 AwbArt. 6 EVRMArt. 11 Wahv
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie wegens snelheidsovertreding met lasergun zonder staandehouding

De betrokkene kreeg een sanctie van €313 opgelegd voor een snelheidsovertreding van 25 km/u op de Rijksweg N34 in Emmen, vastgesteld met een lasergun. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. De betrokkene stelde dat de sanctie ten onrechte aan hem als kentekenhouder werd opgelegd, omdat de Instructie snelheidsoverschrijdingen voorschrijft dat bij gebruik van een lasergun in beginsel een staandehouding moet plaatsvinden.

Het hof oordeelt dat de ambtenaar voldoende heeft gemotiveerd waarom staandehouding niet mogelijk was, gezien de verkeerssituatie, het werkvak, het inhaalverbod en de veiligheid van alle betrokkenen. De keuze voor verbaliseren op kenteken kan slechts marginaal worden getoetst en wordt hier aanvaard. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.

Daarom matigt het hof de sanctie met 25 procent tot €234,75 en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €437,50. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie wordt gegrond verklaard.

Uitkomst: Sanctie wegens snelheidsovertreding gematigd tot €234,75 wegens overschrijding redelijke termijn en gegronde motivering van geen staandehouding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.331.853/01
CJIB-nummer
: 240949362
Uitspraak d.d.
: 26 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 25 mei 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 313,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met
25 km/h (verkeersbord A1 + wegwerk)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 januari 2021 om 14.19 uur op de Rijksweg N34 in Emmen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder van het voertuig is opgelegd. Er is in deze zaak sprake van een meting met een lasergun. In de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (hierna: Instructie) is vermeld dat bij het gebruik van een lasergun in beginsel tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig moet worden overgegaan. Er is kennelijk sprake van een beleidsregel in de zin van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en daarom mag de ambtenaar slechts in het voordeel van een betrokkene van die beleidsregel afwijken. Indien een meting met een lasergun wordt verricht, mag van de opsporingsinstantie worden verlangd dat deze zodanig wordt verricht dat het mogelijk is om een staandehouding te verrichten, aldus de gemachtigde.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 78.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 75.
Toegestane snelheid: 50.
Overschrijding met: 25.
Merk/soort meetmiddel: Truspeed LR. (…)
Reden geen staandehouding: Ik, (…) verbalisant stond opvallend, in uniform gekleed gele blouson en met een opvallende dienstauto, Audi A6 opvallend in het werkvak van de N34, ter hoogte van de op- en afritten Emmen-west waar sinds maanden aan de weg wordt gewerkt, onder andere verdubbeling rijbanen, aanleg op- en afritten en aanleg kunstwerk (nieuw viaduct) i.v.m. de nieuwe verdubbelde N34 met zijn nieuwe op- en afritten Emmen-west. De rijbanen zijn gescheiden door langschilden, van 2 naar 1 rijbaan, en verdeling van rijstroken incl. sterke slingerlussen om van rijbaan te wisselen, inclusief inhaalverbod en snelheidsaanduiding middels matrixborden (digitale snelheidscontrole, zonder handhaving!). Door alle borden, langschilden, attentiestrepen, afwijkende wegbelijning en wisselstroken met bochten ontstaat kans op gevaar/hinder indien de maximumsnelheden omhoog gaan. Bovendien werd er daadwerkelijk op en aan de weg gewerkt. Op verzoek van de wegbeheerder (i.c. de provincie Drenthe), de wegaannemer en naar aanleiding van klachten dat er snelheden gemiddeld 20 plus te hoog waren, werd er incidenteel gecontroleerd middels lasersnelheidscontrole. Tijdens de controle was het ondoenlijk veilig uit het werkv (het hof begrijpt: werkvak) te komen en bestuurders staande te houden, gelet op hun snelheid, eigen snelheid en het inhaalverbod was dit niet wenselijk, daarom werd volstaan met “bekeuren op kenteken”.”
5. Daarnaast bevat het dossier een proces-verbaal d.d. 18 mei 2023. Hierin verklaart de ambtenaar:
“Ik bevond mij die dag, 13 januari 2021, omstreeks 14.19 uur in het werkvlak en had mijn opvallende dienstauto, (…) opvallend in het werkvlak geparkeerd, zichtbaar voor weggebruikers. Ik was in uniform gekleed en droeg een opvallende gele retro reflecterende uniformjas en stond opvallend in het werkvlak, zichtbaar voor weggebruikers. Ik zag op de matrixborden dat de gemiddelde snelheden van de weggebruikers ver boven de 70 km/u lagen.
Zoals ook in het proces-verbaal vermeld was het gelet op de gereden snelheden, het inhaalverbod in het werkvlak, veiligheid van mij, andere weggebruikers en de werknemers in het werkvlak onverantwoord om de betrokken bestuurders staande te houden. Immers werd er gewerkt in de zogenaamde “van 2 naar 1 methode”, met andere woorden, van 2 rijstroken, de N34 ter hoogte van Erm bestaat uit 2 rijstroken zonder vluchtstrook, en men moest naar 1 rijstrook invoegen. Snelheid geregeld van 100 km/u naar 70 km/u en tenslotte 50 km/u. Tevens waren aan beide zijden van de werkzaamheden inhaalverboden ingesteld. Het was bovendien onmogelijk om via de versmalde rijstroken voertuigen in te halen en de betrokkenen te achterhalen en middels stoptransparanten staande te houden. Met betrekking tot de bestuurders die “afgaand gemeten” (achterzijde voertuig) was absoluut ondoenlijk om die staande te houden, immers moest ik helemaal omrijden en door het werkvlak om die bestuurder te achterhalen.
In onderhavig geval weet ik niet meer of betrokkene De Veen op de N34 reed in de richting van Gieten dan wel de N34 verliet via de afrit N34-west, een zogenaamde kopmeting (voorzijde voertuig) en was het voor mij in beide gevallen ook ondoenlijk geweest om betrokkene te achterhalen gelet op de veiligheid van mezelf en anderen. (…)
De eerstvolgende mogelijkheid om betrokkenen staande te houden was tenminste 4 kilometer, inclusief omrijden. (…)
Ten tijde van de snelheidscontrole, januari 2021, golden in verband met corona in Nederland onder andere (…). Binnen de Nationale Politie werd de solosurveillance ingesteld in verband met besmettingsgevaar en collega’s die niet met “2 man op een auto” wilden werden in de gelegenheid gesteld zogenaamde solosurveillance uit te voeren. Binnen team Verkeer Noord Nederland was toen ook al sprake van solosurveillance, zowel in de auto als uiteraard op de motor, ter voorkoming van besmetting. Ook werd een beroep op ons gedaan om (…) waar nodig op “kenteken te bekeuren”.”
6. In de ten tijde van de gedraging geldende Instructie is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld: “Juridisch gezien is er geen bezwaar tegen het verbaliseren op kenteken bij gebruik van de lasergun. Omdat echter bij het gebruik van de lasergun meestal geen fotografische- of videoregistratie van de gedraging of overtreding plaatsvindt, moet in beginsel tot staandehouding worden overgegaan. Als bij het gebruik van de lasergun toch tot het verbaliseren op kenteken wordt overgegaan zonder fotografische of videoregistratie, moet dit in het proces-verbaal of de beschikking worden gemotiveerd.”
7. In de Instructie is, gelet op de tekst daarvan, een voorbehoud opgenomen; er is ruimte om van staandehouding af te zien (vgl. de arresten van het hof van 9 februari 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1158, en 15 mei 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4115). In casu is voldaan aan de in de Instructie gestelde voorwaarde dat de keuze voor verbaliseren op kenteken moet worden gemotiveerd. In de gegevens in het zaakoverzicht en voormeld proces-verbaal is uitgelegd hoe de controle heeft plaatsgevonden en waarom staandehouding van de bestuurder van het voertuig niet mogelijk was. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat is gehandeld in strijd met de Instructie.
8. De - voor de mogelijkheid van staandehouding van belang zijnde - keuze van de ambtenaar voor de wijze waarop een verkeerscontrole wordt uitgevoerd, leent zich slechts voor een uiterst marginale toetsing door de rechter (vgl. het arrest van het hof van 27 augustus 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8218). De hier toegepaste werkwijze kan die toetsing doorstaan. Gelet op de door de ambtenaar geschetste omstandigheden was er in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig en mocht de ambtenaar met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv volstaan met het opleggen van de sanctie aan de kentekenhouder van de sanctie.
9. De gemachtigde stelt zich voorts op het standpunt dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden en verzoekt daarom het hof om vast te stellen dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is geschonden, het bedrag van de sanctie met 25 procent te matigen alsmede een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de kosten die in deze procedure redelijkerwijs zijn gemaakt.
10. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM in eerste aanleg is overschreden. De inleidende beschikking is op 13 mei 2021 verzonden en de kantonrechter heeft op 25 mei 2023 op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beslist. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent.
11. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
12. De proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter dient een punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 437,50.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 234,75;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 437,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.