Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
4.De beslissing
5 maart 2024.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een huurder tegen de ontbinding van haar huurovereenkomst door Woningstichting Domijn wegens het aantreffen van een hennepkwekerij in de gehuurde woning. De huurder erkent dat hennepgerelateerde spullen in de woning aanwezig waren, maar betwist dat dit tot ontbinding mocht leiden vanwege haar persoonlijke omstandigheden en afhankelijkheid van haar ex-echtgenoot.
Het hof oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in haar verplichtingen uit de huurovereenkomst en dat de aanwezigheid van hennepgerelateerde goederen een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. De stelling dat zij niets van de kwekerij wist wordt verworpen omdat de ruimtes niet afgesloten waren en zij als medehuurder verantwoordelijk is voor het gehuurde.
Hoewel de huurder persoonlijke belangen aanvoert, zoals het belang van haar minderjarige kinderen en haar sociale netwerk, weegt het belang van de verhuurder bij handhaving van het zerotolerancebeleid tegen drugs zwaarder. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de huurder tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt de huurder tot ontruiming en betaling van proceskosten.