De heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum stelde de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende per waardepeildatum 1 januari 2020 vast op €859.000, waarop een aanslag onroerendezaakbelasting werd opgelegd voor het jaar 2021. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit werd door de heffingsambtenaar gehandhaafd. Vervolgens verklaarde de Rechtbank Midden-Nederland het beroep van belanghebbende ongegrond.
Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 15 februari 2024 bereikten partijen een compromis waarbij de waarde van de woning werd verminderd tot €800.000. Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde zowel de uitspraak van de Rechtbank als de uitspraak op bezwaar.
Daarnaast veroordeelde het Hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van in totaal €4.248,26, inclusief kosten van een taxatierapport. De uitspraak werd gedaan door raadsheer V.F.R. Woeltjes en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2024.