Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
- Het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplanting en bomen;
- Het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
- Het indrijven van voorwerpen in de bodem;
- Het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage.
- of de belangen van de rechthebbende geen onteigening van de percelen grond van de Stichting vorderen en
- of in het gebruik van de percelen grond van de Stichting niet meer belemmering wordt gebracht dan redelijkerwijs voor de aanleg en instandhouding van het werk nodig is.