Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de akte met de incidentele vordering
- de memorie van antwoord in het incident
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen sloten in januari 2017 een contract voor het samen telen van rabarber, dat later door de pachtkamer werd gekwalificeerd als een reguliere pachtovereenkomst. De pachtkamer veroordeelde appellant tot schadevergoeding aan geïntimeerde wegens het niet vrijelijk ter beschikking stellen van de verpachte grond.
In hoger beroep werd het contract schriftelijk vastgesteld en een schadestaatprocedure gestart. De pachtkamer stelde in december 2023 een voorschot op de schadevergoeding vast en verklaarde dit uitvoerbaar bij voorraad. Appellant vordert schorsing van deze uitvoerbaarheid.
Het hof oordeelt dat het belang van geïntimeerde bij onmiddellijke uitvoering zwaarder weegt dan het belang van appellant bij schorsing. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat de executoriale verkoop van zijn bezittingen tot een noodtoestand zal leiden of dat sprake is van een kennelijke misslag in het vonnis. De vordering tot schorsing wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van het voorschot op schadevergoeding af.