Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De motivering van de beslissing
“(…) onder meer:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om een voorlopig getuigenverhoor door de kantonrechter. Appellant wilde getuigen horen van geïntimeerde over diverse aspecten van haar privéleven en hun contact in 2022, ter voorbereiding op een voorgenomen publicatie over geïntimeerde.
De kantonrechter had het verzoek afgewezen wegens misbruik van recht en het ontbreken van een rechtens te respecteren belang. Het hof bevestigt deze beslissing en motiveert dat appellant niet concreet heeft aangegeven welke feiten hij wil bewijzen, zoals vereist is volgens artikel 187 lid 3 onder Pro b Rv. Daarnaast is het belang van appellant onvoldoende, omdat hij slechts vreest voor een procedure van geïntimeerde tegen zijn publicatie.
Voorts oordeelt het hof dat appellant het verzoek misbruikt om met geïntimeerde in contact te komen, wat niet het doel is van een voorlopig getuigenverhoor. Het belang van geïntimeerde bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer weegt zwaarder dan het belang van appellant. Het hof veroordeelt appellant in de proceskosten en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor af wegens niet voldoen aan wettelijke eisen, misbruik van bevoegdheid en onvoldoende belang.