Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland over de invulling van zijn omgangsrecht met zijn minderjarige kind, geboren in 2013. De moeder heeft inmiddels het alleenouderschap gekregen, nadat het gezamenlijk gezag is beëindigd. De vader verzocht onder meer om een deskundigenonderzoek en een concrete omgangsregeling met geleidelijke uitbreiding van contactmomenten.
Het hof oordeelt dat artikel 810a lid 2 Rv, dat een contra-expertise regelt in kinderbeschermingsmaatregelen, niet van toepassing is omdat het geschil niet over een kinderbeschermingsmaatregel gaat maar over de omgangsregeling. Het verzoek om een deskundigenonderzoek wordt daarom afgewezen.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd omdat deze het belang van het kind het beste dient. Het kind heeft rust nodig om het verleden te verwerken en start binnenkort met speltherapie. De gezinsvoogd speelt een centrale rol in het bepalen van het moment, de wijze en de begeleiding van het contact tussen vader en kind. Het hof benadrukt dat het contact in de toekomst hersteld moet worden en dat de ouders aan hun eigen problematiek moeten werken.
De vader heeft begrip voor het belang van geduld en heeft inmiddels hulp gezocht om zijn gevoelens van frustratie beter te kunnen hanteren. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de omgangsregeling tussen vader en kind blijft zoals vastgesteld onder begeleiding van de gezinsvoogd.