ECLI:NL:GHARL:2024:3464
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omvang schadevergoeding bij schending zorgplicht bank tegenover particuliere cliënte
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep de omvang van de schadevergoeding vastgesteld die RegioBank aan appellante moet betalen wegens schending van haar contractuele zorgplicht. Het hof bevestigde dat RegioBank aansprakelijk is omdat haar filiaalhouder spaargelden van appellante onrechtmatig belegde in Harbi Vastgoed, zonder dat appellante hiervan op de hoogte was gesteld.
Appellante vorderde primair vergoeding van €260.000, het saldo van haar inleg in 2013, en subsidiair €225.000, het saldo in 2010, plus extra ingelegde bedragen en wettelijke rente. Het hof wees de primaire vordering af en stelde vast dat de schadebegroting uitgaat van de situatie in april 2010, toen appellante haar inleg bij Harbi Vastgoed zou hebben kunnen terugvorderen bij juiste informatie. Het hof achtte aannemelijk dat appellante dit bedrag van €225.000 daadwerkelijk had kunnen terugvorderen, ondanks het latere faillissement van Harbi Vastgoed in 2014.
Daarnaast werden de extra ingelegde bedragen van €7.305 toegewezen, evenals de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid van de vordering. De taxikosten en de volledige advocatenkosten werden afgewezen, maar het hof veroordeelde RegioBank tot betaling van proceskosten volgens het liquidatietarief. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en RegioBank werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, rente en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: RegioBank wordt veroordeeld tot betaling van €178.200 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten aan appellante.