Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- memorie van grieven,
- memorie van antwoord
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Tussen Tripticom Intelligence B.V. en de werknemer bestond een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd die eindigde op 31 mei 2015. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden werden bedrijfsmiddelen aan de werknemer ter beschikking gesteld, zowel door Tripticom als door haar klant Aannemingsbedrijf [naam1] B.V. Na afloop van de arbeidsovereenkomst werden niet alle bedrijfsmiddelen geretourneerd. Tripticom stelde de werknemer aansprakelijk voor de schade en vorderde een contractuele boete.
De kantonrechter wees de vorderingen af wegens verjaring. Tripticom stelde dat de verjaring was gestuit en dat de werknemer aansprakelijk was op grond van artikel 7:661 BW Pro wegens opzet of bewuste roekeloosheid. Het hof oordeelde dat de verjaring tijdig was gestuit door aanmaningen en exploten, waardoor de vorderingen niet verjaard waren.
De contractuele boete werd afgewezen omdat artikel 7:651 BW Pro het opleggen van een boete naast schadevergoeding verbiedt. De schadevergoeding werd toegewezen omdat de werknemer onvoldoende had betwist dat hij niet als goed huisvader met de bedrijfsmiddelen was omgegaan en de schade het gevolg was van bewuste roekeloosheid.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding minus een verrekening van loon en borg, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van proceskosten in eerste en hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de werknemer tot betaling van schadevergoeding voor niet geretourneerde bedrijfsmiddelen en wijst de contractuele boete af.