ECLI:NL:GHARL:2024:3605
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter over overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding Wahv
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursrechtelijke zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het geschil betrof de overschrijding van de redelijke termijn van berechting en de toekenning van een proceskostenvergoeding.
De kantonrechter had de overschrijding van de redelijke termijn erkend maar geen compensatie toegekend en de proceskostenvergoeding afgewezen, mede vanwege het procederen door een no cure no pay-bureau. Het hof oordeelt dat de kantonrechter onvoldoende inzicht heeft gegeven in de mate van verlenging van de redelijke termijn door het procederen van de gemachtigde en dat de sanctie onterecht niet is gematigd.
Het hof stelt dat bij overschrijding van de redelijke termijn in beginsel het sanctiebedrag met 25% moet worden gematigd. Tevens wijst het hof de proceskostenvergoeding toe voor de procedure bij de kantonrechter en het hoger beroep, omdat de betrokkene inhoudelijk in het gelijk is gesteld. De kantonrechterlijke beslissing wordt vernietigd en de sanctie wordt verlaagd naar €85,50. De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.312,50 aan proceskosten.
Uitkomst: De sanctie wordt met 25% gematigd tot €85,50 en proceskostenvergoeding van €1.312,50 wordt toegekend aan betrokkene.