Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
4.De beslissing
11 juni 2024.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant stelde hoger beroep in tegen een vonnis in kort geding van de kantonrechter Gelderland waarin hij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Scaly.
De vordering van Scaly betrof uitsluitend proceskosten van in totaal €542, wat onder de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv Pro van €1.750 ligt. Het hof stelde appellant in de gelegenheid zich uit te laten over zijn ontvankelijkheid, maar appellant maakte hier geen gebruik van.
Omdat de appelgrens ook in kort geding van toepassing is en de vordering onder deze grens ligt, verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Scaly is niet verschenen, waardoor in hoger beroep geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.
Het arrest werd op 11 juni 2024 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de relevante jurisprudentie werd betrokken.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet behalen van de appelgrens.