ECLI:NL:RBAMS:2024:7798

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
11157724 WM VERZ 24-4222
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 60 RVVWet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen sanctie helmplicht driewielig motorvoertuig

Betrokkene werd op 14 juli 2022 beboet wegens het niet dragen van een goed passende of bevestigde helm tijdens het besturen van een driewielig motorvoertuig in Amsterdam. Tegen deze sanctie werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De mondelinge behandeling startte op 25 juli 2024 maar werd aangehouden om de officier van justitie de gelegenheid te geven een aanvullend proces-verbaal op te vragen. Dit is niet gebeurd. Op de zitting van 4 december 2024 verscheen betrokkene niet, maar verweerder bevestigde dat het beroep gegrond was.

De kantonrechter oordeelde dat de uitzondering op de helmplicht niet van toepassing was omdat het voertuig niet was uitgerust met een bevestigingspunt voor een autogordel. De sanctie werd daarom terecht opgelegd. Vanwege een structurele schending van de hoorplicht door het CVOM werd een compensatie van 25% toegepast. Ook werd de overschrijding van de redelijke berechtingstermijn van twee jaar geconstateerd.

De sanctie werd vastgesteld op €84,37 exclusief administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag wordt gerestitueerd. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als de sanctie meer dan €110 bedraagt.

Uitkomst: De sanctie wegens het niet dragen van een helm wordt vastgesteld op €84,37 met restitutie van het teveel betaalde bedrag.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.P.C. van Dam van Isselt
zaaknummer: 11157724 WM VERZ 24-4222
beslissing van: 4 december 2024
func.: 58136
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 4 december 2024 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
verder: betrokkene
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 21 januari 2023 en is gericht tegen de beslissing van 21 december 2022 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 26 juli 2022 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd.
De mondelinge behandeling van het beroep is gestart op de openbare zitting van 25 juli 2024, waar de behandeling van de zaak is aangehouden om verweerder in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal bij de verbalisant op te vragen. Van deze gelegenheid heeft verweerder geen gebruik gemaakt.
De mondelinge behandeling van het beroep is voortgezet op de openbare zitting van 4 december 2024, voor welke zitting partijen zijn opgeroepen.
Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Betrokkene wordt verweten hij als bestuurder (of passagier) van een driewielig motorvoertuig geen goed passende of bevestigde helm heeft gedragen. Deze gedraging is geconstateerd op 14 juli 2022 om 21:33 uur op de [locatie] te Amsterdam.
2. De inhoud van het proces-verbaal van de zitting van 25 juli 2024 geldt hier als ingelast en overgenomen.
3. Op de zitting van 25 juli 2024 heeft de kantonrechter de onderhavige zaak aangehouden om verweerder in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal op te vragen bij de verbalisant, waarin deze een duidelijke uitleg geeft waarom de uitzondering van de helmplicht voor het voertuig van betrokkene niet van toepassing is.
4. Hoewel er geen aanvullend proces-verbaal van de verbalisant is overgelegd, is de kantonrechter van oordeel dat op grond van artikel 60 RVV Pro geconcludeerd moet worden dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. De uitzondering genoemd in artikel 60 lid 2 sub d RVV Pro is niet van toepassing op het voertuig van betrokkene. Het voertuig van betrokkene is namelijk niet uitgerust met een bevestigingspunt aan de bovenzijde, waardoor niet voldaan kan worden aan het vereiste van een goedgekeurde autogordel die op drie punten bevestigd moet zijn. Bovendien zijn Can Am voertuigen in het algemeen niet voorzien van bevestigingspunten voor een autogordel. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de opgelegde sanctie terecht is, omdat betrokkene geen helm droeg terwijl dit wettelijk verplicht is.

Schending hoorplicht:

5. De kantonrechter ziet aanleiding de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) te volgen, waarin het hof een compensatieregeling van 25% toepast wegens structurele schending van de hoorplicht door het CVOM van de betrokkene die zonder een (professioneel) gemachtigde procedeert.

Overschrijding redelijke berechtingstermijn:

6. In deze zaak is de termijn van berechting gaan lopen op het moment dat betrokkene is staande gehouden op 14 juli 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:416). De uitspraak van de kantonrechter wordt gedaan op 4 december 2024. Dat betekent dat een termijn van twee jaar is overschreden.
7. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en stelt, onder wijziging van de inleidende beschikking, de sanctie vast op € 84,37 (exclusief € 9,00 administratiekosten);
  • bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd voor zover dit het genoemde bedrag, vermeerderd met de administratiekosten, te boven gaat;
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
_____________________________
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.