Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Midden-Nederland van 18 september 2023, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursstrafrechtelijke zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot €187,50, en een proceskostenvergoeding van €1.075,50 toegekend.
Het hoger beroep richtte zich met name op de toegepaste wegingsfactoren bij de proceskostenvergoeding. Het hof stelde vast dat binnen één fase in de procedure niet verschillende wegingsfactoren mogen worden toegepast, wat de kantonrechter wel had gedaan. De kantonrechter gebruikte een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift en 0,25 voor het bijwonen van de zitting, terwijl dit laatste geen betrekking had op het gewicht van de zaak.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter de proceskostenvergoeding daardoor niet juist had vastgesteld en vernietigde dit deel van de beslissing. Vervolgens bepaalde het hof een nieuwe proceskostenvergoeding van €1.561,75, gebaseerd op vier toe te kennen punten met passende wegingsfactoren. De overige beslissingen van de kantonrechter bleven in stand.
Uitkomst: Het hof vernietigt het besluit over proceskostenvergoeding en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van €1.561,75.