ECLI:NL:GHARL:2024:4490
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na matiging bestuursrechtelijke sanctie wegens overschrijding redelijke termijn
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €250 wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. De kantonrechter mat deze sanctie tot €187,50 vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De gemachtigde van de betrokkene ging in hoger beroep tegen deze afwijzing. Het hof stelde vast dat de kantonrechter terecht oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden en dat de sanctie daarom moest worden gematigd. Het hof vond echter dat het verzoek om proceskostenvergoeding ten onrechte was afgewezen.
Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bij overschrijding van de redelijke termijn proceskostenvergoeding toekomt. Het hof vernietigde daarom het besluit van de kantonrechter en kende een proceskostenvergoeding toe van in totaal €1.093,75, bestaande uit kosten voor zowel de eerste aanleg als het hoger beroep.
Daarnaast ging het hof in op de problematiek van no cure no pay-bureaus die veel Mulderberoepen indienen, wat de tijdigheid van uitspraken beïnvloedt. Desondanks vond het hof dat in deze zaak de proceskostenvergoeding gerechtvaardigd was.
Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden op 8 juli 2024.
Uitkomst: Het hof kent een proceskostenvergoeding toe van €1.093,75 na vernietiging van de afwijzing door de kantonrechter.