Uitspraak
1.[geïntimeerde1]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 30 mei 2018 werd appellant mishandeld door geïntimeerden, waarbij hij ernstig lichamelijk letsel opliep, waaronder een breuk in zijn rechterarm. Appellant had een koeriersbedrijf en kon door het letsel lange tijd niet werken. Hij vorderde in hoger beroep vergoeding van schade wegens verlies aan verdienvermogen, huishoudelijke hulp en een belastinggarantie.
De rechtbank wees deze vorderingen grotendeels af, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat appellant onvoldoende onderbouwing heeft gegeven voor de schadeposten, mede gelet op gemotiveerde betwistingen door geïntimeerden en een partijdeskundigenrapport. Met name de berekening van het verlies aan verdienvermogen en de huishoudelijke hulp zijn onvoldoende toegelicht.
Ook het verzoek om een deskundigenbericht van een orthopedisch chirurg wordt afgewezen, omdat het geschil niet over de aanwezigheid van beperkingen gaat, maar over de schade die daaruit voortvloeit. De vordering tot afgifte van een belastinggarantie wordt eveneens afgewezen vanwege het ontbreken van concrete aanwijzingen voor belastingheffing.
Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.