Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst van een woning wegens dringend eigen gebruik door de verhuurder. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd omdat zij de woning zelf dringend nodig heeft vanwege beëindiging van haar relatie en onhoudbare woonsituatie bij haar ouders. De huurder stemde niet in met de beëindiging.
De kantonrechter had de huurovereenkomst laten eindigen per 15 februari 2023 en de ontruiming toegewezen, met een tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten. Het hof bevestigt dat de verhuurder dringend eigen gebruik aannemelijk heeft gemaakt en dat de belangenafweging uitwijst dat de huurovereenkomst niet kan voortduren. De huurder kan passende woonruimte verkrijgen binnen afzienbare tijd.
Het hof stelt de einddatum van de huurovereenkomst vast op 1 juni 2024, rekening houdend met de belangen van beide partijen en de cassatietermijn. De huurder wordt veroordeeld de woning uiterlijk op die datum te verlaten en in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd wegens dringend eigen gebruik en de woning moet uiterlijk 1 juni 2024 worden ontruimd.