Uitspraak
en bij de kantonrechter optrad als verzoeker,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
BMN Bouwmaterialen Nederland B.V. heeft appellant op 15 februari 2024 op staande voet ontslagen wegens het aannemen en meenemen van €50,- contant geld van een klant, wat zij als diefstal kwalificeerde. Appellant erkende het aannemen van het geld als fooi, maar betwistte dat sprake was van een dringende reden voor ontslag. Het hof oordeelt dat BMN onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over het fooien- en bonnenbeleid, waardoor het aannemen van het geld niet als diefstal kan worden aangemerkt.
Het hof stelt vast dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven en kent appellant een vergoeding toe wegens onregelmatig ontslag, een transitievergoeding en een billijke vergoeding van €3.000,- bruto. Het verzoek om een rectificatie binnen het bedrijf en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Tevens veroordeelt het hof BMN tot afgifte van een deugdelijke salarisspecificatie.
De kantonrechter had het ontslag wel in stand gelaten, maar het hof vernietigt deze beslissing grotendeels en veroordeelt BMN in de proceskosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep. Het hof benadrukt dat BMN als werkgever duidelijke regels had moeten stellen en communiceren over het omgaan met fooien en contant geld, zeker gezien de functie van appellant als chef magazijn.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is onterecht en appellant krijgt een billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatig ontslag en transitievergoeding toegekend.