ECLI:NL:GHARL:2024:7791
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens vermeende benadeling schuldeisers
De rechtbank Overijssel had de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellante tussentijds beëindigd omdat zij haar schuldeisers zou hebben benadeeld door het niet afdragen van bedragen bestemd voor de boedel, het laten ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden en het schenden van haar inlichtingenplicht. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht de voortzetting van de regeling, eventueel met verlenging.
Het hof heeft het dossier, waaronder brieven van de bewindvoerder en de advocaat, bestudeerd en de mondelinge behandeling gevoerd. Het hof constateert onduidelijkheden over de omvang van de boedelachterstand en het vrij te laten bedrag, waarbij de bewindvoerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een boedelachterstand. Verder erkent appellante nieuwe schulden te hebben gemaakt, waarvan sommige niet verwijtbaar zijn, en tijdelijke tekortkomingen in haar inlichtingenplicht.
Gezien de omstandigheden, waaronder de overstap van budgetbeheer naar budgetzorg en de bereidheid van de werkgever van appellante om garant te staan voor een deel van de boedelachterstand, acht het hof een verlenging van vijf maanden passend. Deze verlenging biedt appellante de gelegenheid haar verplichtingen na te komen en te laten zien dat een schone lei gerechtvaardigd is.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt voortgezet met een verlengde looptijd van vijf maanden.
Uitkomst: De wettelijke schuldsaneringsregeling wordt voortgezet met een verlengde looptijd van vijf maanden.