In deze civiele zaak vordert de vrouw, ex-echtgenote van de overleden pensioengerechtigde, de verrekening van het ouderdomspensioen dat haar ex-echtgenoot tijdens hun huwelijk heeft opgebouwd. De echtscheiding vond plaats in 1984, waarbij geen verdeling van het pensioen heeft plaatsgevonden. Na het overlijden van haar ex-echtgenoot zet zij haar aanspraak voort tegen diens erfgenamen.
De rechtbank had de vordering deels toegewezen, maar gematigd op basis van redelijkheid en billijkheid, mede gelet op de gezondheid en financiële situatie van de ex-echtgenoot. Het hof bekrachtigt dit vonnis en wijst het hoger beroep van de vrouw af. Het hof oordeelt dat het pensioen niet is verdeeld en dat de vrouw haar aanspraak niet heeft verwerkt. Het matigingsbeginsel uit het Boon/Van Loon-arrest is van toepassing.
De procedure kende diverse processtukken, waaronder memorie van grieven en antwoorden, en werd geschorst na het overlijden van de ex-echtgenoot. Het hof benadrukt dat de akte van verdeling slechts betrekking had op de woning en schulden, en niet op het pensioen. De kosten worden gecompenseerd vanwege de aard van de zaak.