Twee aangrenzende eigenaren in een agrarisch gebied zijn in geschil over de eigendom van een strook grond tussen hun percelen. De appellant, eigenaar van een weiland, stelt dat de geïntimeerden onrechtmatig gebruik maken van een strook grond zonder toestemming en vordert ontruiming en schadevergoeding. De geïntimeerden voeren verweer met een beroep op verkrijgende verjaring.
De rechtbank wees de vorderingen af, stellende dat de geïntimeerde eigenaar was geworden door verjaring. In hoger beroep heeft het hof dit verweer verworpen omdat niet is voldaan aan de vereisten van onafgebroken bezit gedurende tien jaar. Het hof oordeelde dat het gebruik van de strook grond eerder als houder dan als bezitter moet worden aangemerkt, mede vanwege de agrarische context en eerdere pachtrelaties.
Het hof veroordeelde de geïntimeerden tot ontruiming van de strook grond, verwijdering van bestrating en herstel met graszaad binnen vier weken, onder dwangsom. Tevens werd een schadevergoeding van €562,- aan appellant toegekend voor kosten van een grensreconstructie, vermeerderd met wettelijke rente. Andere gevorderde kosten, zoals advocaatkosten en benzinekosten, werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden hoofdelijk aan geïntimeerden opgelegd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.