De terbeschikkinggestelde was in eerste aanleg geconfronteerd met een verlenging van zijn terbeschikkingstelling met een jaar door de rechtbank Noord-Holland. Hiertegen stelde hij beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting op 6 maart 2025 werden zowel de advocaat-generaal als de terbeschikkinggestelde gehoord. Het hof bestudeerde alle stukken, waaronder het voortgangsverslag van de reclassering. De terbeschikkinggestelde woont inmiddels in een beschermde woonomgeving in zijn woonplaats, met blijvende financiering en zorg, waaronder dagbesteding en ambulante begeleiding.
Het hof oordeelt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid geen verlenging van de maatregel meer rechtvaardigen. De terbeschikkinggestelde heeft een autismespectrumstoornis en taalstoornis, maar is goed ingebed in de zorgstructuur en het recidiverisico wordt als laag ingeschat. De continuïteit van zorg en dagbesteding is gewaarborgd. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst het de vordering tot verlenging af.