Uitspraak
[appellant],
1.DHW Service B.V.,
DHW c.s.en ieder afzonderlijk
DHWen
ASR,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Een uitzendkracht liep op 22 oktober 2021 een gebroken rechterenkel op door een val van een A-trap tijdens het terugplaatsen van zonweringen bij een supermarkt. Hij voerde de werkzaamheden uit in opdracht van DHW Service B.V. en stelde DHW aansprakelijk voor zijn materiële en immateriële schade.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat DHW als inlener aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW Pro. Het hof stelde vast dat DHW tekort is geschoten in haar zorgplicht, omdat zij onvoldoende veiligheidsinstructies gaf over de risicovolle werkzaamheden waarbij de werknemer met beide handen boven het hoofd op een trap stond zonder zich vast te kunnen houden.
DHW had niet aannemelijk gemaakt dat nakoming van de zorgplicht het ongeval zou hebben voorkomen. De aansprakelijkheid van DHW brengt ook de verzekeraar ASR schadeverzekering N.V. mee. Het hof veroordeelde DHW c.s. tot betaling van de schade en proceskosten, en verklaarde de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof verklaart DHW aansprakelijk voor de schade van de uitzendkracht en veroordeelt tot betaling van proceskosten.