Appellant bezit een perceel met een erfdienstbaarheid die het gebruik van een overpad over het perceel van geïntimeerde regelt, waarbij motorvoertuigen zijn uitgesloten. Appellant verzocht de rechtbank en vervolgens het hof om deze erfdienstbaarheid te wijzigen zodat motorvoertuigen het perceel kunnen bereiken, vanwege praktische bezwaren en veranderde omstandigheden sinds de vestiging in 1934 en hervestiging in 1983.
Het hof heeft een gerechtelijke plaatsopneming verricht en diverse processtukken bestudeerd. De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat de aanzienlijke toename van motorvoertuigen geen onvoorziene omstandigheid is, aangezien in 1983 al gemotoriseerd verkeer dominant was en motorvoertuigen expliciet waren uitgesloten in de erfdienstbaarheid.
Verder oordeelde het hof dat de lastige bereikbaarheid en het gemeentemonument geen reden vormen voor wijziging. Ook de alternatieve gronden op basis van redelijkheid en billijkheid en misbruik van bevoegdheid faalden. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van geïntimeerde en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.