ECLI:NL:GHARL:2025:2742

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 mei 2025
Publicatiedatum
6 mei 2025
Zaaknummer
Wahv 200.346.068/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 RVV 1990Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 11 WahvArt. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor snelheidsovertreding binnen bebouwde kom met matiging boete

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 72 km/u binnen een 50 km/u zone op de Brugweg in Echt. De betrokkene voerde aan dat de bebording niet duidelijk was en dat hij niet kon vaststellen dat hij de bebouwde kom was ingereden omdat het bord H1 ontbrak op zijn rijroute.

De kantonrechter wees het beroep af, maar het hof stelde vast dat hoewel het bord H1 aanwezig was, het einde van de 60 km/u zone niet duidelijk was aangegeven. Het hof oordeelde dat de verkeersveiligheid vereist dat de bestuurder de algemene maximumsnelheid binnen de bebouwde kom moet volgen, ook als de zone niet correct is beëindigd.

Gezien de onduidelijkheid over de bebording en het feit dat de overtreding kort na het binnenrijden van de bebouwde kom werd geconstateerd, matigde het hof de sanctie. De boete werd verlaagd naar het bedrag dat hoort bij een overschrijding van 12 km/u boven de maximumsnelheid. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: De boete voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom wordt gematigd van €229 naar €111 wegens onduidelijke bebording.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.346.068/01
CJIB-nummer
: 255179024
Uitspraak d.d.
: 6 mei 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 28 juni 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 229,- voor: “22 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 januari 2023 om 11:51 uur op de Brugweg (thv perceel 38) in Echt met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter het ten onrechte niet relevant acht dat de betrokkene een rijroute heeft gevolgd waarbij geen bord H1 zichtbaar aanwezig was. Dit is in strijd met vaste jurisprudentie van het hof. De kantonrechter meent ten onrechte dat men aan de bebouwing moet kunnen zien of men zich in een bebouwde kom bevindt. De betrokkene heeft enkel een bord H2 (einde bebouwde kom) gezien toen hij Slek uitreed over de Hoogstraat. Hij ging linksaf op de Susterderweg en toen links de Daalweg in. Aan het einde daarvan rechtsaf de Brugweg op en passeerde toen de controlelocatie. Nu de betrokkene zich niet in de bebouwde kom bevond, althans dat voor hem niet kenbaar was, is de gedraging niet verricht.
Naar aanleiding van het gestelde in het verweerschrift voert de gemachtigde nog aan dat uit de e-mail van de gemeente niet blijkt dat de bebording zichtbaar aanwezig was. Het bord kan niet zichtbaar zijn geweest door andere oorzaken, zoals belemmerende begroeiing of voorwerpen.
3. De betrokkene wordt verweten te hebben gehandeld in strijd met artikel 20, aanhef en onder a, van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) dat bepaalt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h bedraagt. Het begin van de bebouwde kom wordt aangegeven door middel van een bord H1 van bijlage 1 van het RVV 1990.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vaststelling dat met mobiele radarapparatuur is gemeten dat voornoemd voertuig met een (gecorrigeerde) snelheid van 72 km/h heeft gereden, terwijl de maximum toegestane snelheid 50 km/h bedroeg. Ook bevat het dossier een foto van de gedraging.
5. Dat het voertuig van de betrokkene ter plaatse heeft gereden met een (gecorrigeerde) snelheid van 72 km/h is niet betwist. De gemachtigde betwist de plaatsing van een bord H1.
6. Om vast te kunnen stellen dat de gedraging is verricht is niet noodzakelijk dat wordt vastgesteld dat iedere toegangsweg tot de bebouwde kom van een bord H1 is voorzien. Voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de bebouwde kom is ingereden is voorzien van een bord H1 (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803).
7. In dit geval was de ambtenaar ter plaatse. Dit brengt doorgaans mee dat er van mag worden uitgegaan dat de ambtenaar de bebording heeft gecontroleerd. In dit geval blijkt echter uit de verklaring van de ambtenaar in de door de advocaat-generaal overgelegde processen-verbaal van 6 november 2024 respectievelijk 12 november 2024 dat de ambtenaar de bebording niet heeft gecontroleerd. In deze processen-verbaal verklaart de ambtenaar op ambtsbelofte onder meer:
“Bebording Daalweg:
Op de Daalweg staat een 30 tot 50 meter voor de Brugweg een verkeersbord model H1 met
daarin de tekst Echt (gemeente aanduiding binnen de bebouwde kom) (maximum snelheid
vanaf dat bord 50 km/h). Dit verkeersbord model H1 is duidelijk zichtbaar voor alle
verkeersdeelnemers op de Daalweg.”
en
“Deze bebording op de Daalweg werd door mij voor en na de snelheidscontrole niet gecontroleerd daar dit een zijweg betrof. En gezien het feit dat deze controle bijna twee jaar terug was kan ik niet met 100 % zekerheid vertellen welke verkeersbebording ik toen wel of niet gezien heb.”
8. Als de ambtenaar de bebording niet heeft gecontroleerd, is het uitgangspunt dat de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld als blijkt dat deze bebording aanwezig was op enig moment niet meer dan zes maanden vóór en niet meer dan zes maanden ná de gedraging. Is één van deze termijnen langer, dan zal uit (nadere stukken) moeten blijken dat na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen (vgl. het arrest van het hof van 12 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7804).
9. De advocaat-generaal heeft bij het verweerschrift afdrukken gevoegd afkomstig uit Google Maps (met daarop de door de betrokkene gereden route) en uit Google Maps Streetview. Hieruit blijkt dat op de door de gemachtigde aangegeven route op de Daalweg in elk geval in juni 2023 een bord H1 was geplaatst.
10. Uit door de advocaat-generaal overgelegde emailberichten van een medewerker van de gemeente Echt-Susteren van 14 november 2024, voorzien van cyclorama en oblique beelden, blijkt dat het betreffende bord H1 ook op 20 juni 2022 (iets meer dan zes maanden voor de gedraging) en op 3 mei 2023 (ongeveer vier maanden na de gedraging) aanwezig was en in de tussenliggende periode niet vervangen, verwijderd of beschadigd is geweest.
11. Het hof is van oordeel dat op basis van de bovengenoemde informatie de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de pleegdatum met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld. Dat deze bebording niet zichtbaar was, is - in het licht van het proces-verbaal van 6 november 2024 - niet aannemelijk gemaakt. De aangevoerde gronden treffen geen doel.
12. De gemachtigde voert voorts aan dat de betrokkene bij het uitrijden van de bebouwde kom van Slek een bord H2 en een bord aanvang zone A1 (60) zag. Op de rijroute zag hij geen bord einde zone A1 (60). Als er op de route op de Daalweg toch een bord H1 zichtbaar aanwezig wordt geacht, dan is de boete om die reden te hoog. De gemachtigde verwijst hierbij naar een arrest van het hof met nummer ECLI:NL:GHARL:2015:984.
13. Uit de door de advocaat-generaal overgelegde afbeeldingen blijkt dat bij het op de Daalweg geplaatste bord H1 niet een bord is geplaatst dat het einde aangeeft van de zone met maximumsnelheid 60 km/u.
14. Gelet op hetgeen de gemachtigde heeft betoogd is in geschil de vraag welke maximumsnelheid ter plaatse geldt.
15. Het hof heeft in het door de gemachtigde aangehaalde arrest van 12 februari 2015, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:GHARL:2015:984, geoordeeld dat het bord H1 niet een dermate grote samenhang met de te voeren snelheid inhoudt dat dit ook het einde van de 60 km-zone inhoudt. Het bord einde 60 km-zone of een bord A1 50 km/u mag daarom niet ontbreken. De veiligheid van het verkeer brengt echter mee dat de weggebruiker voorrang moet geven aan de algemene regel voor de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (artikel 20 van Pro het RVV 1990), ook al is de 60 km-zone niet op de juiste wijze beëindigd. Een andere uitleg zou immers inhouden dat de door de ingestelde zone (buiten de bebouwde kom) geldende beperking van de algemeen geldende snelheid van 80 km/h tot 60 km/h, in het geval van het ontbreken van het bord dat het einde van die zone aangeeft, zou worden omgezet in een exclusief voor de bestuurders van een motorvoertuig die de bebouwde kom binnen rijden via díe weg geldende verhoging van de maximumsnelheid binnen de gehele bebouwde kom, terwijl voor de andere motorvoertuigen binnen de bebouwde kom de gewone maximumsnelheid zou gelden. Dit resultaat is zozeer in strijd met de veiligheid van het verkeer dat het voorschrift van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de weggebruiker noopt tot het voorrang geven aan de algemene regel betreffende de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, ook al is de 60 km-zone niet op de juiste wijze beëindigd.
16. Hoewel het hof op grond van het voorgaande vaststelt dat de gedraging is begaan, acht het hof het - gelet op het ontbreken van een adequate bebording waaruit het einde van de zone kon worden afgeleid en gelet op de omstandigheid dat reeds kort na het binnenrijden van de bebouwde kom de gedraging werd geconstateerd - mogelijk dat bij de betrokkene het besef van de gevolgen van zijn standpunt nog niet was doorgedrongen. Het hof ziet daarom in de omstandigheden van het geval aanleiding de sanctie te verlagen tot het bedrag dat overeenkomt met de sanctie behorend bij de overschrijding van de snelheid binnen de bebouwde kom met 12 kilometer.
17. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep deels gegrond verklaren en het bedrag van de sanctie wijzigen.
18. Nu het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen, komt het hof niet toe aan hetgeen de gemachtigde overigens heeft aangevoerd over de beslissing van de kantonrechter.
19. Nu de matiging van het sanctiebedrag is gelegen in een omstandigheid die niet een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid betreft, komen slechts de proceskosten gemaakt in de fase bij de kantonrechter en in hoger beroep voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en het indienen van een nadere toelichting dienen in totaal 2,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof past op de in hoger beroep verrichte proceshandelingen niet de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toe, omdat het hof deze bepaling buiten toepassing laat (vgl. de arresten van het hof van 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764, 7768 en 7769). Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1133,75 (2,5 x € 907,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 111,-;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.133,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.