In deze zaak staat de uitleg van een koopovereenkomst en de doorhaling van een hypotheekrecht centraal. [Appellant] had percelen grond verkocht aan MVO Varsseveld B.V., die deze doorverkocht aan A-18 Ontwikkeling B.V. De koopovereenkomst bevatte afspraken over een nabetaling en een hypotheekrecht als zekerheid. A-18 wilde de percelen doorverkopen aan Ten Brinke Vastgoedontwikkeling B.V. (TBVO), maar [appellant] weigerde mee te werken aan het doorhalen van het hypotheekrecht.
De rechtbank had geoordeeld dat [appellant] zijn medewerking moest verlenen aan de doorhaling van het hypotheekrecht en dat het vonnis in de plaats treedt van zijn toestemming indien hij in gebreke blijft. [Appellant] stelde hoger beroep in tegen dit vonnis en voerde onder meer aan dat A-18 geen belang had bij de gevraagde verklaringen en dat zijn zekerheidspositie door de doorhaling werd benadeeld.
Het hof oordeelde dat het belang van A-18 bij de verklaringen en de doorhaling van het hypotheekrecht voldoende was aangetoond. Het verwierp de grieven van [appellant], onder meer omdat A-18 verplicht is de zekerheidsstelling door te leggen aan TBVO en TBVO bereid is een gelijkluidende hypotheek te vestigen. Ook de vordering tot dwangsom werd afgewezen omdat A-18 zelf de doorhaling kan bewerkstelligen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [appellant] tot betaling van proceskosten.