Pachter exploiteert sinds 1951 landbouwgrond van verpachtster en heeft sinds 2010 een geliberaliseerde pachtovereenkomst voor 5,59 ha. In 2016 sloten partijen een overeenkomst met een voorkeursrecht voor pachter bij herverpachting, mits de relatie niet gebrouilleerd was. Na een bemestingsincident in 2018 en voortdurende discussies over beheer en jacht verslechterde de relatie.
Pachter vorderde dat verpachtster de percelen opnieuw in geliberaliseerde pacht zou aanbieden, maar de pachtkamer wees dit af behalve een subsidiebetaling. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de relatie tussen partijen gebrouilleerd is geraakt, waardoor verpachtster niet verplicht is opnieuw aan te bieden.
Het hof vond dat de inspanningen van pachter onvoldoende waren om de verslechtering te keren en dat het voorkeursrecht niet geldt bij een gebrouilleerde verhouding. Daarnaast faalden de beroepen op misbruik van bevoegdheid en onrechtmatige daad. Het hoger beroep van pachter werd afgewezen en hij werd veroordeeld tot proceskosten.