Partijen zijn in 2009 in Israël gehuwd en hebben sinds 2016 de Nederlandse nationaliteit. Na hun echtscheiding in 2024 is het geschil ontstaan over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waarbij zowel Israëlisch als Nederlands recht een rol speelt.
De man en vrouw zijn het oneens over de vraag of schenkingen en erfenissen tijdens het huwelijk tot de gemeenschap behoren. Het hof oordeelt dat deze, zonder uitsluitingsclausule, onder Nederlands recht in de gemeenschap vallen. Verder is er discussie over de waarde en verdeling van aandelenportefeuille, banksaldi, inboedel en auto’s.
De vrouw vordert tevens nakoming van de Ketubah (schuldbrief) volgens Israëlisch religieus recht, maar het hof acht zich onvoldoende voorgelicht en houdt de zaak aan voor deskundigenadvies over de betekenis en gevolgen van de Ketubah.
De mondelinge behandeling wordt voortgezet na het deskundigenrapport. Het hof bekrachtigt de toedeling van de woning aan de vrouw en wijst het verzoek tot afgifte van de get toe. Verdere verzoeken worden op een later moment behandeld.