Uitspraak
[appellante],
Stadsherstel,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- memorie van grieven van [appellante]
- memorie van antwoord van Stadsherstel
- akte uitlating producties van [appellante]
- antwoordakte Stadsherstel.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De huurder [appellante] klaagde over overlast veroorzaakt door commerciële gebruikers van een kantoorruimte die de gemeenschappelijke tuin gebruiken voor vergaderingen en trainingen. Zij vorderde dat verhuurder Stadsherstel maatregelen zou nemen om de overlast te beëindigen, huurprijsvermindering en terugbetaling van teveel betaalde huur.
De kantonrechter wees deze vorderingen af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof stelt vast dat de tuin wel degelijk tot het gehuurde behoort en dat het gebruik door de commerciële huurder niet buiten de redelijke verwachtingen van [appellante] valt. De overlast is niet van dien aard dat sprake is van een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro.
Het hof overweegt dat het gebruik van de tuin door groepen zakelijke gebruikers niet leidt tot onaanvaardbare overlast, mede omdat er geen buitensporig luid gedrag is en het gebruik binnen normale kantooruren plaatsvindt. Ook het plaatsen van meubilair door de commerciële huurder leidt niet tot een belemmering van het gebruik door bewoners.
Verder heeft Stadsherstel zich ingespannen om te bemiddelen en de klachten te bespreken. Omdat de vorderingen niet toewijsbaar zijn, wordt [appellante] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de huurder af wegens ontbreken van een gebrek en onaanvaardbare overlast.