Belanghebbende, een maatschap van vijf tandartspraktijken, verzorgt spoedbehandelingen buiten reguliere openingstijden voor patiënten van aangesloten tandartspraktijken. Voor de jaren 2019 en 2020 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het honorarium dat zij ontvangt voor de beschikbaarheid voor spoeddienstwaarneming. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof oordeelt dat de geneeskundige spoedbehandelingen en de diensten waarvoor het honorarium wordt betaald, verschillende zelfstandige prestaties zijn met verschillende afnemers. De dienst waarvoor het honorarium wordt betaald, betreft de beschikbaarheid voor spoeddienstwaarneming en heeft geen zorgcomponent. Daarom is deze dienst niet vrijgesteld van omzetbelasting als waarneming van een collega.
Belanghebbende beroept zich op het vertrouwensbeginsel vanwege publicaties op de website van de Belastingdienst, maar dit wordt verworpen omdat de Inspecteur herhaaldelijk heeft bevestigd dat het honorarium belast is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie niet vergelijkbaar is met ketenzorg. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.