Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Doetinchem(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
.Belanghebbende en zijn partner zijn de bestuurders van de STAK. De kinderen hebben geen leidinggevende rol in de bedrijfsvoering van [naam6] BV.
3.3. Geschil
.De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
4.Beoordeling van het geschil
.Gelet op de economische benadering van het begrip ‘ter beschikking stellen’ (zie 4.2) is het gevolg daarvan dat de onroerende zaak de facto ter beschikking is gesteld aan [naam5] BV. Dat [naam6] BV de onroerende zaak niet heeft onderverhuurd aan [naam5] BV en van [naam5] BV ook geen vergoeding ontvangt, doet – anders dan belanghebbende betoogt – daaraan niet af. Dit betekent, overeenkomstig het oordeel van de Rechtbank, dat sprake is van het ter beschikking stellen van een vermogensbestanddeel aan een vennootschap in de zin van artikel 3.92, lid 1, letter a Wet IB.
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).