ECLI:NL:RBGEL:2023:2738
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Wevers
- J.M.W. van de Sande
- L.Y. Gramsbergen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terbeschikkingstellingsregeling bij verhuur pand en navorderingsaanslagen IB/PVV 2013-2015
Eiseres en haar partner verhuren een pand aan B BV, waarin hun meerderjarige kinderen certificaten van aandelen houden. B BV is structureel verlieslatend en heeft geen personeel, terwijl A BV, waarin eiseres en haar partner indirect belang hebben, de catering verzorgt en personeel levert. Verweerder legt navorderingsaanslagen IB/PVV voor 2013 tot en met 2015 op, stellende dat het pand feitelijk ter beschikking is gesteld aan A BV via B BV, waardoor de inkomsten in box 1 belast moeten worden.
De rechtbank stelt vast dat B BV economisch gezien slechts een intermediair is en dat het pand feitelijk aan A BV ter beschikking is gesteld. De verhuur aan B BV heeft geen zelfstandige economische betekenis. De navorderingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. Wel erkent verweerder dat de correctie voor 2013 te hoog is vastgesteld en vermindert de aanslag dienovereenkomstig.
De beroepen tegen de aanslagen 2014 en 2015 worden ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan eiseres. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 wordt gegrond verklaard en verminderd, terwijl de beroepen tegen de aanslagen 2014 en 2015 worden afgewezen.