Absolut Cars betaalde aan Vintage Car drie keer courtage voor bemiddeling bij de aankoop van drie Ferrari’s, die uiteindelijk niet werden geleverd. Absolut Cars vorderde terugbetaling van deze courtage, evenals vergoeding van een vooruitbetaald bedrag aan de verkoper. De rechtbank veroordeelde Vintage Car en appellant tot terugbetaling van €55.000 courtage, maar wees de vergoeding van het vooruitbetaalde bedrag af.
In hoger beroep betwistten Vintage Car en appellant de verplichting tot terugbetaling van de courtage voor twee van de Ferrari’s (de 812SF’s), stellende dat levering nog mogelijk was en dat er geen afspraak was over terugbetaling bij niet-levering. Het hof oordeelde dat het bewijs voor een dergelijke afspraak onvoldoende was en dat Vintage Car daarom niet verplicht was tot terugbetaling van die courtage.
Voor de California was wel een persoonlijke garantstelling van appellant voor terugbetaling van €30.000 courtage vastgesteld, die niet met succes werd betwist. Het hof bekrachtigde daarom dit deel van het vonnis en vernietigde de overige veroordelingen, waarbij partijen elk hun eigen proceskosten dragen.