Uitspraak
1.Cervus Vastgoed N.V.
[appellant]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Cervus Vastgoed N.V. en medestanders (Cervus c.s.) zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter die de executie van een onroerend goed aan de 2e Rosestraat 26-28 in Rotterdam toestond. Nieuwenhuis Holding B.V. heeft twee geldleningen verkregen via cessie en verstrekte hypotheken op registergoederen van Cervus c.s. Nadat Nieuwenhuis meerdere registergoederen onderhands had verkocht, wilde zij ook het genoemde registergoed verkopen. Cervus c.s. vorderde in kort geding een gespecificeerde aflosnota en het staken van de executie, stellende dat de vorderingen reeds voldaan waren.
De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af omdat Nieuwenhuis voldoende inzicht had gegeven in de opbrengsten, kosten en restvordering, die aanzienlijk bleek te zijn. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de vordering van Nieuwenhuis gebaseerd is op een overeenkomst van september 2022 met een vastgestelde hoofdsom van €1.860.000 en een rente van 7%. Diverse verkoopopbrengsten zijn in depot bij de notaris en rangregelingen zijn aanhangig, maar Nieuwenhuis hoeft deze niet af te wachten om executie voort te zetten.
Het hof oordeelt dat Cervus c.s. geen belang meer heeft bij het staken of opschorten van de executie omdat de onderhandse verkoop van het registergoed reeds rechtsgeldig is toegestaan en uitgevoerd. Het hoger beroep faalt en Cervus c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af, waardoor de executie van het registergoed mag doorgaan.