In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van [appellante] B.V. behandeld tegen een kort geding vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. [Geïntimeerde] klaagde over ernstige en terugkerende verstoppingen van zijn toilet, veroorzaakt door een gebrekkig riool op het naastgelegen perceel van [appellante]. De voorzieningenrechter had [appellante] veroordeeld tot periodiek onderhoud van het riool, met name het tweewekelijks doorspuiten.
[Appellante] stelde in hoger beroep dat de veroordeling onterecht was en wilde de veroordeling beperken in tijd tot het moment dat zij eigenaar is van het perceel. Het hof oordeelde dat [geïntimeerde] ondanks zijn verstek in hoger beroep een spoedeisend belang had en dat de stellingen omtrent de gebrekkige ligging van het riool en de gevolgen daarvan voldoende aannemelijk waren gemaakt. De door [appellante] aangevoerde alternatieve oorzaken voor de verstoppingen waren onvoldoende concreet onderbouwd.
Het hof bevestigde daarom de veroordeling tot periodiek onderhoud van het riool, voegde een tijdsbeperking toe die geldt zolang [appellante] eigenaar is van het perceel, en verklaarde de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. De overige vorderingen werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan [geïntimeerde].