Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
- de verdachte ter zake van de onder 1, 2 en 3 aan hem ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, en daarnaast zal opleggen de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (TBS);
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] deels zal toewijzen, tot het volledige bedrag van de gevorderde materiële schade en tot een bedrag van € 9.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen;
- de vordering voor het overige zal afwijzen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] deels zal toewijzen, tot het volledige bedrag van de gevorderde materiële schade en tot een bedrag van € 9.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen;
- de vordering voor het overige zal afwijzen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] deels zal toewijzen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen;
- de vordering voor het overige zal afwijzen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] deels zal toewijzen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen;
- de vordering voor het overige zal afwijzen.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
- de verdachte ter zake van de onder 1, 2 en 3 aan hem ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, en daarnaast opgelegd de TBS-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] deels toegewezen, tot een bedrag van € 9.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] deels toegewezen, tot een bedrag van € 9.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de benadeelde partij [benadeelde partij 2] voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] deels toegewezen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de vordering van [benadeelde partij 3] voor het overige afgewezen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] deels toegewezen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de vordering van [benadeelde partij 4] voor het overige afgewezen.
in de periode van 7 tot en met 8 december 2022.De verdachte is hierdoor niet geschaad in zijn verdedigingsbelang
.
ECLI:NL:PHR:2023:274 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2023:274&keyword=%22ECLI:NL:PHR:2023:274%22)waarin onder meer het volgende is opgenomen:
In onze dagelijkse contacten met vrienden, kennissen en collega’s maken wij immers doorlopend met succes gebruik van die mogelijkheid”, aldus professor [naam] in zijn bijdrage aan het rechtspsychologisch handboek
Routes van het recht(2017).
tussenverschillende individuen voldoende groot zijn en de variaties
binnenéén individu voldoende klein. Over de betrouwbaarheid van sprekeridentificatie aan de hand van een stemvergelijking tussen enerzijds de herinnering aan het stemgeluid van een spreker, en anderzijds een aangeboden prikkel, bijvoorbeeld een gesprek in levende lijve, de stem van een spreker over de telefoon of in een geluidsopname, kunnen - zo begrijp ik [naam] - moeilijk algemene uitspraken worden gedaan. De betrouwbaarheid van de herkenning hangt af van veel uiteenlopende systeem- en schattingsvariabelen. Mensen zijn in elk geval geneigd om hun vaardigheid op dat vlak te overschatten. Een belangrijke variabele is wel de mate waarin de luisteraar bekend is met het stemgeluid van de spreker. En hoewel [naam] kritische kanttekeningen plaatst bij sprekeridentificatie door opsporingsambtenaren, merkt hij ook op dat sprekeridentificaties bij het uitluisteren en verbaliseren van de resultaten van telefoontaps, betrekkelijk zelden wordt betwist en dat slechts in een fractie van de gevallen die formeel worden betwist en voor spraakonderzoek zijn aangeboden aan het NFI of TMFI, steun wordt gevonden voor een onjuiste identificatie.”
op geen enkel puntovereenkomt met de kenmerken van de verdachte [verdachte] .
uitsluitendals getuige in de zaak van [medeverdachte 5] gehoord. Dit verhoor kan daarom geen bewijs vormen in de zaak van de verdachte.
Oplegging van straf en maatregel
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- het gegeven dat door de gewelddadige overval in de woning van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en de daarmee gepaard gaande diefstal financiële schade, grote angst, ernstige overlast en (bij één van de slachtoffers) letsel is veroorzaakt. Bij deze overval is met geweld de deur van de woning opengetrapt en zijn de slachtoffers met vuurwapens bedreigd. Ook is er geweld toegepast en is één van de slachtoffers met tie-wraps vastgebonden op de grond. Vervolgens hebben de verdachten de hele woning doorzocht en hebben zij zeer veel dure goederen, waaronder tassen, riemen, sieraden en horloges en een groot geldbedrag weggenomen. Op het moment van de overval was [slachtoffer 5] zwanger. Uit de door haar op de zitting van de rechtbank
- de omstandigheid dat de verdachte zich daarvan kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven en heeft gehandeld zonder enig respect voor het welzijn en het eigendomsrecht van een ander;
- de rol van de verdachte - als medepleger - ter zake van de bewezen verklaarde bijzonder gewelddadige en bedreigende woningoverval aan [adres] in [plaats] (feit 2 subsidiair) en de daarmee gepaard gaande wederrechtelijke vrijheidsberoving van de drie in die woning aanwezige personen (feit 3).
- de omstandigheid dat de verdachte zich daarvan kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven en heeft gehandeld zonder enig respect voor het welzijn en het eigendomsrecht van een ander;
- de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Ter zake van het misdrijf van een gewelddadige overval in een woning kan in beginsel - aan de dader - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren worden opgelegd. Als straf vermeerderende factoren kunnen daarbij in de beschouwing worden betrokken:
- het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 mei 2025. Daaruit blijkt onder meer dat de verdachte eerder niet is veroordeeld ter zake van het plegen van een soortgelijk delict als de bewezen verklaarde feiten. Wél is hij veroordeeld ter zake van het plegen van andersoortige strafbare feiten, waaronder fraudedelicten, geweldsdelicten en overtredingen van de Wet wapens en munitie en de Opiumwet, welke veroordelingen onherroepelijk zijn;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Betrokkene lijdt aan een stoornis in het gebruik van cannabis en aan een anderegespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken.Ten tijde van het ten laste gelegde (indien bewezen) was dat ook het geval.Beïnvloedde de eventuele psychische stoornis, verstandelijke handicap en/of psycho-geriatrische aandoening onderzochte's gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde?Betrokkene ontkent het ten laste gelegde en wil hier verder niet inhoudelijk op ingaan. Wij kunnen hier derhalve geen gefundeerde uitspraken over doen.De vragen vier tot en met zeven kunnen niet onderbouwd beantwoord worden.12. OVERLEG MEDE RAPPORTEUROp 9 en 23 oktober 2023 heeft overleg plaatsgevonden met mede rapporteur, [naam]. Zij gaf aan de bovengenoemde stoornissen ook te zien. De vragenlijsten waren niet per se heel sociaal wenselijk ingevuld en uit het testonderzoek kwam ernstige persoonlijkheidspathologie naar voren. De intelligentie was zeker niet zwakbegaafd. Overwegingen rondom het wel adviseren van wel of geen maatregel is besproken, maar mw. [naam] was nog bezig was met de uitvoering van het onderzoek.
Betrokkene is lijdende aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische, paranoïde en dwangmatige trekken, alsmede een matige stoornis in cannabisgebruik.Deze stoornissen waren er ook ten tijde van het ten laste gelegde.Waarschijnlijk is dat de antisociale en narcistische kernovertuigingen en leefregels van de verdachte die voortkomen uit diens antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische, paranoïde en dwangmatige trekken, zijn denken, voelen en handelen in enige mate hebben gestuurd.Advies is het ten laste gelegde niet volledig toe te rekenen aan betrokkene.(opmerking gerechtshof: op pagina 24 van haar rapport heeft [naam] dit advies nader geduid als:in verminderde mate toe te rekenen).Er is een hoog recidiverisico voor gewelddadig gedrag, in het geval dat betrokkene geen behandeling en begeleiding krijgt voor zijn persoonlijkheidsproblematiek en verslavingsproblematiek.Er is matig tot hoog recidiverisico bereikbaar, in het geval dat betrokkene zich langdurig laat begeleiden en behandelen.Interventieadvies
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
materiële schadeoverweegt het gerechtshof als volgt.
woning, verhuizing, opslag, beveiliging en aquarium(in totaal € 13.723,15) is het gerechtshof van oordeel dat verdere behandeling van het daarop ziende deel van de vordering zou leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding, omdat beoordeling daarvan een nadere feitelijke onderbouwing van het causale verband zou vergen. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Het betreffende deel van de vordering kan alleen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
geldbedrag van € 14.000,00. Het bedrag is door de benadeelde partij aan de politie opgegeven en wordt (zelfs tot een hoger bedrag) ondersteund door afgeluisterde gesprekken. Het gerechtshof zal een bedrag van € 14.000,00 toewijzen.
Macbookvan € 2.348,00 is voldoende concreet onderbouwd. Omdat de Macbook was aangeschaft op 5 november 2021 houdt het gerechtshof rekening met een afschrijving van 10%, zodat wordt toegewezen een bedrag van € 2.113,20.
gestolen designertassen en sieradenis gesplitst verschillende onderdelen:
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van het onder 1 bewezen verklaarde feit en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen.
€ 9.500,00
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
materiële schadeoverweegt het gerechtshof als volgt.
Bedrijfslocatie(€ 4.212,95) ziet op kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt omdat zij haar bedrijf niet langer op dezelfde plaats durfde uit te oefenen en zij zich daarom genoodzaakt zag haar bedrijf te verhuizen. Het gerechtshof is van oordeel dat verdere behandeling van dit deel van de vordering zou leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding, omdat beoordeling daarvan een nadere feitelijke onderbouwing van het causale verband zou vergen. Nader onderzoek hiernaar zou een aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting vergen. Een dergelijke aanhouding van het onderzoek beschouwt het gerechtshof als een onevenredige belasting van de strafzaak, De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Het betreffende deel van de vordering kan alleen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
gestolen sieraden en horloges(€ 818,00) is niet onderbouwd met aankoopbewijzen of andere (betalings)bewijzen. Het gerechtshof zal dit deel van de vordering daarom afwijzen.
Rolexis door de benadeelde partij uitvoerig onderbouwd. Allereerst heeft zij een aankoopbewijs overgelegd. Verder heeft de benadeelde partij concreet onderbouwd dat het Rolex horloge toen het van haar werd gestolen een waarde had van € 87.136,06. Het is naar het oordeel van het gerechtshof een feit van algemene bekendheid dat Rolex horloges inderdaad fors in waarde kunnen stijgen.
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van het onder 1 bewezen verklaarde feit en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen. De benadeelde partij heeft dus recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Gevorderd is een bedrag van € 10.000,00. De verdediging heeft naar het oordeel van het gerechtshof in onvoldoende mate dragende inhoudelijke argumenten aangedragen ter betwisting van het door de rechtbank toegewezen bedrag van € 9.500,00. Het gerechtshof zal, net als de rechtbank, een bedrag van € 9.500,00 toewijzen. De benadeelde partij vorderde dit bedrag eerder zelf bij een medeverdachte. Dat er nu een iets hoger bedrag is gevorderd verklaart de benadeelde partij met tijdsverloop, nog altijd voortdurende last van de gevolgen en andere zaken waarin een iets hogere vergoeding zou zijn toegekend. Het gerechtshof gaat hierin niet mee. Wat dan precies zou zijn veranderd, is onvoldoende toegelicht en het tijdsverloop wordt ondervangen door het doorlopen van de wettelijke rente.
€ 9.500,00
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van de onder 2 en 3 bewezen verklaarde feiten en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van de onder 2 en 3 bewezen verklaarde feiten en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
€ 63.181,95 (drieënzestigduizend honderdeenentachtig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
€ 96.636,06 (zesennegentigduizend zeshonderdzesendertig euro en zes cent) bestaande uit
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
€ 19.232,50 (negentienduizend tweehonderdtweeëndertig euro en vijftig cent) bestaande uit € 4.232,50 (vierduizend tweehonderdtweeëndertig euro en vijftig cent) materiële schade en