Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;
- de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde 1] deels zal toewijzen, tot het volledige bedrag van de gevorderde materiële schade en tot een bedrag van € 9.500,- ter zake van de gevorderde immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen;
- de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde 2] deels zal toewijzen, tot het volledige bedrag van de gevorderde materiële schade en tot een bedrag van € 9.500,- ter zake van de gevorderde immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
- de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;
- de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde 1] deels toegewezen, tot een bedrag van € 9.500,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde 2] deels toegewezen, tot een bedrag van € 9.500,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
De tenlastelegging
Bewijsoverweging
ECLI:NL:PHR:2023:274 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2023:274&keyword=%22ECLI:NL:PHR:2023:274%22)waarin onder meer het volgende is opgenomen:
In onze dagelijkse contacten met vrienden, kennissen en collega’s maken wij immers doorlopend met succes gebruik van die mogelijkheid”, aldus professor Broeders in zijn bijdrage aan het rechtspsychologisch handboek
Routes van het recht(2017).
tussenverschillende individuen voldoende groot zijn en de variaties
binnenéén individu voldoende klein. Over de betrouwbaarheid van sprekeridentificatie aan de hand van een stemvergelijking tussen enerzijds de herinnering aan het stemgeluid van een spreker, en anderzijds een aangeboden prikkel, bijvoorbeeld een gesprek in levende lijve, de stem van een spreker over de telefoon of in een geluidsopname, kunnen - zo begrijp ik Broeders - moeilijk algemene uitspraken worden gedaan. De betrouwbaarheid van de herkenning hangt af van veel uiteenlopende systeem- en schattingsvariabelen. Mensen zijn in elk geval geneigd om hun vaardigheid op dat vlak te overschatten. Een belangrijke variabele is wel de mate waarin de luisteraar bekend is met het stemgeluid van de spreker. En hoewel Broeders kritische kanttekeningen plaatst bij sprekeridentificatie door opsporingsambtenaren, merkt hij ook op dat sprekeridentificaties bij het uitluisteren en verbaliseren van de resultaten van telefoontaps, betrekkelijk zelden wordt betwist en dat slechts in een fractie van de gevallen die formeel worden betwist en voor spraakonderzoek zijn aangeboden aan het NFI of TMFI, steun wordt gevonden voor een onjuiste identificatie.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde feit
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de zeer relevante rol van de verdachte - als medeplichtige - ter zake van de bewezen verklaarde gewelddadige woningoverval. De verdachte is weliswaar niet zelf bij de feitelijke uitvoering betrokken geweest, maar hij heeft wél - voor die uitvoering essentiële - informatie verstrekt aan de feitelijke daders en daarmee een rol gehad die van groot belang is geweest in het geheel. De overval is vooraf zorgvuldig gepland, waarbij de verdachte degene is geweest die belangrijke informatie heeft verschaft aan de medeverdachten omtrent aangevers, de indeling van de woning, mogelijke buit en de aanwezigheid van een bewakingscamera. Hij heeft zelfs een sleutel van de portiekdeur van de woning van aangevers ter beschikking gesteld aan de medeverdachten, zodat zij hier zonder lawaai naar binnen zouden kunnen. Op de OVC is te horen dat de sleutel van de portiekdeur niet past, maar dat is enkel te danken aan het feit dat aangevers het slot kort daarvoor hadden vervangen. De verdachte heeft verder adresgegevens van de moeder van [benadeelde 1] doorgegeven, zodat de medeverdachten deze gegevens konden gebruiken om de slachtoffers zodanig angst in te boezemen dat zij volledig mee zouden werken en geen politie zouden inschakelen. Het feit dat de verdachte over deze informatie kon beschikken omdat hij voorheen bevriend was met aangevers, maakt de rol van de verdachte in deze overval des te schrijnender, mede nu hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Verder is er in het bijzijn van de verdachte over de overval gesproken op een manier gesproken waaruit volgt dat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat er mogelijk geweld zou worden gebruikt;
- het gegeven dat door die gewelddadige overval in de woning van de beide slachtoffers en de daarmee gepaard gaande diefstal financiële schade, grote angst, ernstige overlast en (bij één van de slachtoffers) letsel is veroorzaakt. Bij deze overval is met geweld de deur van de woning opengetrapt en zijn de slachtoffers met vuurwapens bedreigd. Ook is er geweld toegepast en is één van de slachtoffers met tiewraps vastgebonden op de grond. Vervolgens hebben de verdachten de hele woning doorzocht en hebben zij zeer veel dure goederen, waaronder tassen, riemen, sieraden en horloges en een groot geldbedrag weggenomen. Op het moment van de overval was [benadeelde 2] zwanger. Uit de door haar op de zitting van de rechtbank
- de omstandigheid dat de verdachte zich daarvan kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven en heeft gehandeld zonder enig respect voor het welzijn en het eigendomsrecht van een ander;
- de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Ter zake van het misdrijf van een gewelddadige overval in een woning kan in beginsel - aan de feitelijke dader - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren worden opgelegd. Als straf vermeerderende factoren kunnen daarbij in de beschouwing worden betrokken:
- het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 mei 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte niet is veroordeeld ter zake van het plegen van een gelijksoortig strafbaar feit. Wél is hij veroordeeld ter zake van het plegen van andersoortige strafbare feiten - welke veroordelingen onherroepelijk zijn - zij het dat het daarbij niet gaat om recente veroordelingen. In zoverre zijn geen justitiële antecedenten aanwezig die van substantieel belang kunnen zijn bij de strafoplegging;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Vordering van de benadeelde partijen
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
materiële schadeoverweegt het gerechtshof als volgt.
woning, verhuizing, opslag, beveiliging en aquarium(in totaal € 13.723,15) is het gerechtshof van oordeel dat verdere behandeling van het daarop ziende deel van de vordering zou leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding, omdat beoordeling daarvan een nadere feitelijke onderbouwing van het causale verband zou vergen. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Het betreffende deel van de vordering kan alleen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
geldbedrag van € 14.000,00. Het bedrag is door de benadeelde partij aan de politie opgegeven en wordt (zelfs tot een hoger bedrag) ondersteund door afgeluisterde gesprekken. Het gerechtshof zal een bedrag van € 14.000,00 toewijzen.
Macbookvan € 2.348,00 is voldoende concreet onderbouwd. Omdat de Macbook was aangeschaft op 5 november 2021 houdt het gerechtshof rekening met een afschrijving van 10%, zodat wordt toegewezen een bedrag van € 2.113,20.
gestolen designertassen en sieradenis gesplitst in verschillende onderdelen:
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van het bewezen verklaarde feit en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen.
€ 9.500,00
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
materiële schadeoverweegt het gerechtshof als volgt.
Bedrijfslocatie(€ 4.212,95) ziet op kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt omdat zij haar bedrijf niet langer op dezelfde plaats durfde uit te oefenen en zij zich daarom genoodzaakt zag haar bedrijf te verhuizen. Het gerechtshof is van oordeel dat verdere behandeling van dit deel van de vordering zou leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding, omdat beoordeling daarvan een nadere feitelijke onderbouwing van het causale verband zou vergen. Nader onderzoek hiernaar zou een aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting vergen. Een dergelijke aanhouding van het onderzoek beschouwt het gerechtshof als een onevenredige belasting van de strafzaak, De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Het betreffende deel van de vordering kan alleen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
gestolen sieraden en horloges(€ 818,00) is niet onderbouwd met aankoopbewijzen of andere (betalings)bewijzen. Het gerechtshof zal dit deel van de vordering daarom afwijzen.
Rolexis door de benadeelde partij uitvoerig onderbouwd. Allereerst heeft zij een aankoopbewijs overgelegd. Verder heeft de benadeelde partij concreet onderbouwd dat het Rolex horloge toen het van haar werd gestolen een waarde had van € 87.136,06. Het is naar het oordeel van het gerechtshof een feit van algemene bekendheid dat Rolex horloges inderdaad fors in waarde kunnen stijgen.
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van het bewezen verklaarde feit en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen. De benadeelde partij heeft dus recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Gevorderd is een bedrag van € 10.000,00. De verdediging heeft naar het oordeel van het gerechtshof in onvoldoende mate dragende inhoudelijke argumenten aangedragen ter betwisting van het door de rechtbank toegewezen bedrag van € 9.500,00. Het gerechtshof zal, net als de rechtbank, een bedrag van € 9.500,00 toewijzen. De benadeelde partij vorderde dit bedrag eerder zelf bij een medeverdachte. Dat er nu een iets hoger bedrag is gevorderd verklaart de benadeelde partij met tijdsverloop, nog altijd voortdurende last van de gevolgen en andere zaken waarin een iets hogere vergoeding zou zijn toegekend. Het gerechtshof gaat hierin niet mee. Wat dan precies zou zijn veranderd, is onvoldoende toegelicht en het tijdsverloop wordt ondervangen door het doorlopen van de wettelijke rente.
€ 9.500,00
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden.
20 (twintig) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 63.181,95 (drieënzestigduizend honderdeenentachtig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit
€ 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schadeaf.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
€ 96.636,06 (zesennegentigduizend zeshonderdzesendertig euro en zes cent) bestaande uit
€ 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schadeaf.