Deze civiele zaak betreft de vraag of betalingen die Durisol enkele maanden voor haar faillissement aan haar groepsvennootschap Mevriet Vastgoed heeft gedaan, door de curator kunnen worden vernietigd of dat de curator een schadevordering heeft op basis van deze betalingen.
Durisol had een schuld aan Rabobank, die onterecht het volledige surplus van een verkoop aan Durisol overmaakte. Durisol betaalde dit bedrag vervolgens aan Mevriet Vastgoed, met instemming van Rabobank. De curator vorderde terugbetaling van deze bedragen, stellende dat het onverschuldigde betalingen waren die de schuldeisers benadeelden.
Het hof oordeelt dat de betalingen niet onverplicht waren, omdat zij een praktische oplossing vormden voor de schuldverhouding tussen Durisol, Mevriet Vastgoed en Rabobank. Er was geen sprake van samenspanning of onrechtmatig handelen. De curator kon geen feiten aandragen die tot een andere conclusie leidden.
Het hoger beroep wordt afgewezen, het vonnis van de rechtbank blijft in stand en de curator wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Mevriet c.s.