ECLI:NL:GHARL:2025:5394
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vorderingen curator in faillissement Dolle Pret in Almelo B.V.
In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal tegen een vonnis van de rechtbank Overijssel inzake vorderingen van de curator in het faillissement van Dolle Pret in Almelo B.V. De curator vorderde vernietiging van betalingen aan appellant voorafgaand aan het faillissement, stellende dat deze paulianeus waren of samenspanning inhielden.
Het hof behandelde twee hoofdonderwerpen: een boeking van €21.385 in 2019 en betalingen van €36.376 in 2020. De rechtbank wees de vordering over de boeking af, maar kende de vordering op grond van samenspanning toe. Het hof herzag deze beslissing en stelde vast dat onvoldoende bewijs was geleverd voor samenspanning of onverplichte betalingen.
De curator kon niet aantonen dat appellant wist van het faillissementsverzoek of dat er overleg was om appellant boven andere schuldeisers te bevoordelen. Ook de primaire grondslag van onverplichte rechtshandelingen faalde, omdat appellant aannemelijk maakte dat de betalingen voortkwamen uit doorleningen waarvoor Dolle Pret een terugbetalingsverplichting had.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vorderingen van de curator af en veroordeelde de curator tot betaling van de proceskosten van appellant in zowel het principaal als incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van de curator tot vernietiging van betalingen aan appellant worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.