In deze civiele procedure staat de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal. [Appellant], voormalig cliënt van [geïntimeerde] Advocaten, verwijt de advocaat een beroepsfout te hebben gemaakt door bij royement van een procedure geen vaststellingsovereenkomst te sluiten en hem niet te waarschuwen dat royement geen definitief einde van de procedure betekent.
De zaak betreft een langdurig geschil tussen GS Verzekeringen B.V., AGF en Allianz, waarbij [appellant] als bestuurder van GS betrokken was. Na diverse procedures en een royement in 1999, startte Allianz in 2009 een bodemprocedure tegen [appellant]. [Appellant] stelt dat de advocaat tekort is geschoten en hierdoor schade heeft geleden.
Het hof stelt vast dat [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat AGF zou hebben ingestemd met een vaststellingsovereenkomst en dat het nalaten van een waarschuwing niet tot aansprakelijkheid leidt vanwege verjaring. Ook is onvoldoende aannemelijk dat [appellant] schade heeft geleden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [appellant] tot betaling van proceskosten.