Uitspraak
Van Beek,
Van den Brink,
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.Het oordeel van het hof
3.De beslissing
- € 6.561 aan griffierecht
- € 9.358 aan salaris advocaat (2 punten x appeltarief VI; 0,5 punt x appeltarief V);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Van Beek Kaas B.V. en Van den Brink Koeltechniek B.V. stonden in hoger beroep tegenover elkaar over de oplevering en aansprakelijkheid van de installatie van een koel- en luchtbehandelingsmachine. Van Beek stelde dat Van den Brink op of omstreeks 9 juli 2021 had gemeld dat het werk klaar was en dat de machine kon worden ingeregeld, en dat Van den Brink tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst.
Het hof onderzocht de bewijsstukken, waaronder verklaringen van betrokkenen en werkbonnen, en concludeerde dat Van Beek niet had bewezen dat Van den Brink de mededeling had gedaan dat het werk klaar was. Bovendien bleek uit de urenstaten dat werkzaamheden op 14 juli 2021 nog plaatsvonden, wat niet verenigbaar was met de stelling van Van Beek.
Verder stelde Van Beek dat Van den Brink verantwoordelijk was voor schade door het gebruik van de machine zonder afvulling, maar het hof oordeelde dat Van Beek zelf zonder overleg een defecte RV-meter had geïnstalleerd en de machine in gebruik had genomen, waardoor het risico van schade was ontstaan.
Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank, wees de vordering van Van Beek af en veroordeelde haar tot betaling van de proceskosten van Van den Brink in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Van Beek af en bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank.