Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
€ 453,50 (= 1 x € 907,- x 0,5).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursstrafzaak heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot €196,88. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €749,50 toegekend, hoewel het toegepaste tarief onjuist was.
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij het hof constateerde dat de kantonrechter bij de vaststelling van de vergoeding te lage waarden per punt hanteerde en ten onrechte een vergoeding toekende voor het administratief beroepschrift. Het hof berekende een correcte vergoeding van €476,18 voor de in beroep gemaakte kosten.
Omdat de kantonrechter echter een hogere vergoeding toekende dan waarop de betrokkene aanspraak kon maken, en om te voorkomen dat de betrokkene door hoger beroep in een slechtere positie zou komen (verbod van reformatio in peius), bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten in hoger beroep af.
De procedure werd gevoerd zonder verweerschrift van de advocaat-generaal. Het arrest werd op 27 oktober 2025 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Deze uitspraak bevestigt het belang van het verbod van reformatio in peius in hoger beroep binnen bestuursstrafrechtelijke procedures en verduidelijkt de toepassing van proceskostenvergoedingen bij wijziging van tarieven.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten in hoger beroep af.