AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep over woonplaats en inkomen uit sparen en beleggen in inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende was in geschil met de Inspecteur over de vaststelling van zijn woonplaats in 2017 en de hoogte van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Hij stelde dat hij in Spanje woonde en dat de woning in Nederland als eigen woning moest worden aangemerkt, waardoor de woning in Spanje niet in de Nederlandse heffing zou mogen worden betrokken. Het Hof oordeelde dat belanghebbende wel een duurzame band met Nederland had en daarom binnenlands belastingplichtige was.
Het Hof beoordeelde verder de waardering van de woning in Spanje en het forfaitair rendement. De Inspecteur had een waarde van circa € 320.717 gehanteerd, gebaseerd op een taxatie uit 2008 en indexatie. Het Hof vond dit aannemelijk en verwierp het lagere bedrag van belanghebbende. Ook het werkelijke rendement was niet aannemelijk lager dan het forfaitaire rendement.
Ten aanzien van de proceskosten en reiskosten stelde belanghebbende dat de vergoeding te laag was en dat hij schadevergoeding wilde voor een afgezegde zitting en immateriële schade. Het Hof oordeelde dat de reiskostenvergoeding niet te laag was en wees het verzoek om materiële schadevergoeding af. Wel kende het Hof een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank bevestigd met een kleine aanpassing in het dictum, en de Staat veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten van € 32.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende wordt een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Voetnoten
1.Bestaande uit een uitkering van Interpolis voor een bedrag van € 47.711, een inkomen uit eigen woning van -/- € 16.980 (woz-waarde woning van € 358.000, eigenwoning forfait van € 2.685 en aftrekbare rente van € 19.665) en onderhoudsverplichting van -/- € 11.100.
2.€ 240.537 = 75% (deel van belanghebbende en zijn echtgenote in de woning) x € 320.717. Het bedrag van € 320.717 heeft de Inspecteur berekend door uit te gaan van de getaxeerde waarde van de woning in Spanje bij aankoop in 2008 van € 495.811 en door vervolgens rekening te houden met de gemiddelde prijsontwikkeling van de huizenprijzen in Spanje volgens Eurostat.
3.Overeenkomst van 16 juni 1971 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, Trb. 1971, 144.
6.Zie artikel 5.19 en 5.20, tweede lid, Wet IB 2001 in samenhang met artikel 17, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken en de toelichting daarop in Kamerstukken II 1993/94, 22 885, nr. 3, blz. 44.
10.Noot in origineel: Kamerstukken II 1991/92, 22 495, nr. 3, blz. 151 en 153.
11.Noot in origineel: Kamerstukken II 1991/92, 22 495, nr. 3, blz. 151-152, en nr. 6, blz. 58.
12.Noot in origineel: Kamerstukken II 1992/93, 22 164, nr. 13, blz. 13.
13.Noot in origineel: Kamerstukken II 1991/92, 22 495, nr. 3, blz. 153.