ECLI:NL:GHARL:2025:6272
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding in hoger beroep verkeersboete zonder bijzonder geval
De betrokkene was in beroep gegaan tegen een administratieve sanctie van €110,- wegens het niet geven van richtingaanwijzer bij het wisselen van rijstrook. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. In hoger beroep stelde de gemachtigde van de betrokkene een proceskostenvergoeding te vorderen.
De advocaat-generaal vernietigde de oorspronkelijke beschikking, waarna de betrokkene het hoger beroep introk. Het hof volgde het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025, waarin werd bepaald dat de factor genoemd in artikel 13a, tweede lid, Wahv alleen toegepast wordt tenzij sprake is van een bijzonder geval. De gemachtigde kon niet aantonen dat zijn bedrijfsmodel aan de criteria voor een bijzonder geval voldeed.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van strijd met het beginsel van fair play en dat de standaard wegingsfactor voor Mulderzaken van toepassing bleef. De proceskostenvergoeding werd berekend conform de wettelijke voorschriften en toegekend aan de betrokkene tot een bedrag van €1.108,81.
Uitkomst: De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van €1.108,81.