ECLI:NL:GHARL:2025:6497
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op administratief beroep in Wahv-zaken niet ontvankelijk
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld van 116 betrokkenen tegen het niet tijdig beslissen op hun administratief beroep door de officier van justitie in zaken onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De rechtbank had deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard op grond van het appelverbod in artikel 14, eerste lid, van de Wahv, dat hoger beroep uitsluit bij sancties van niet meer dan €110,-. De gemachtigde van de betrokkenen voerde aan dat dit appelverbod niet van toepassing zou moeten zijn op beroepen tegen het niet tijdig beslissen, en dat het discriminatieverbod hierdoor werd geschonden.
Het hof overwoog dat artikel 14 Wahv Pro een regeling is die bepaalt wanneer hoger beroep mogelijk is tegen kantonrechterbeslissingen en dat de wetgever bagatelzaken wil uitsluiten van hoger beroep. Het appelverbod geldt ook bij beroepen tegen niet tijdig beslissen, omdat dit niet leidt tot een sanctie boven de appelgrens. Het hof vond geen reden om van eerdere rechtspraak terug te komen en oordeelde dat het onderscheid in behandeling geen strijd oplevert met het discriminatieverbod.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep in alle 116 zaken niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig beslissen op administratief beroep in 116 Wahv-zaken is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod bij sancties tot €110,-.