ECLI:NL:GHARL:2025:6555
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadeclaim wegens onvoldoende aannemelijkheid inbraak ondanks betwisting verzekeraar
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een schadeclaim wegens een vermeende inbraak in de woning van appellante. Appellante had bij haar verzekeraar Achmea een inbraak gemeld en wilde vergoeding van de schade, maar Achmea weigerde deze omdat de inbraak onvoldoende was aangetoond.
In eerste aanleg wees de kantonrechter de vordering af omdat appellante onvoldoende onderbouwde dat de inbraak had plaatsgevonden. Het hof bevestigt dit oordeel. Uit het onderzoeksrapport van een onderzoeksbureau en verklaringen van de politie en een overbuurman blijkt dat de ingegooide ramen te klein waren om doorheen te klimmen, de voordeur geen braaksporen vertoonde en de politie snel ter plaatse was zonder verdachte personen te zien.
Appellante bracht geen nieuwe concrete feiten aan die de gestelde inbraak aannemelijk maken. Nieuwe feitelijke stellingen tijdens de mondelinge behandeling werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de twee-conclusieregel. Ook het verzoek tot bewijslevering faalde omdat niet was voldaan aan de stelplicht.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellante tot betaling van de proceskosten van Achmea. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en kan worden voorgelegd aan de Hoge Raad.
Uitkomst: De schadeclaim wegens inbraak wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en niet voldoen aan de stelplicht.