ECLI:NL:GHARL:2025:6579
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter over dwangsom bij niet tijdig beslissen administratief beroep
De betrokkene stelde de officier van justitie in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op een administratief beroep. De kantonrechter verklaarde het beroep deels gegrond en stelde de sanctie vast, maar oordeelde dat hij niet hoefde te beslissen over de verschuldigde dwangsom omdat dit niet expliciet aan hem was voorgelegd.
Het hof oordeelt dat de brief van ingebrekestelling van 25 oktober 2023 voldoet aan de eisen van artikel 4:17, derde lid, Awb, en dat de officier van justitie daardoor een dwangsom verschuldigd is. De dwangsom wordt vastgesteld op €812,- vermeerderd met wettelijke rente.
Verder oordeelt het hof dat het hoger beroep voor het overige niet ontvankelijk is omdat de betrokkene op die punten reeds bereikt heeft wat hij beoogde met het hoger beroep. Het hof veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €519,40 voor reis- en verletkosten van de betrokkene.
De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd voor zover deze niet heeft beslist over de dwangsom. Het arrest is gewezen door mr. Beswerda en uitgesproken op een openbare zitting op 22 oktober 2025.
Uitkomst: Het hof stelt vast dat de officier van justitie een dwangsom van €812,- plus rente verschuldigd is wegens niet tijdig beslissen op het administratief beroep.